Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doch hoofdzakelijk wegens de opdracht der beslissing over het punt in kwestie aan bedoeld gezag. (Vgl. ook no. 42 sub bene, en no. 51 hierna). — Evenals de jurisprudentie der hier voorafgaande nos. 36 en 37, schijnt dan ook de in dit no. 38 vermelde, wegens haar motiveering bedoeld te zijn als toepassing der reserve van het arrest van 16 Nov. 1885.

Bij de in dit no. 38 geciteerde arresten vgl. ook Hoffman, aangehaald in no. 27 sub a hiervóór, II no. 441 sub 5o. (p. 366—367) jo. III nos. 659—663 (p. 241—249), en Morin, geciteerd hiervóór in no. 27 sub d, II i. v. Questions préjudicielles, no. 36.

30. e. Gelijk reeds in de noot op p. 259 hiervóór is aangeduid, is er ook reden tot twijfel, of als een toepassing der reserve van het in no. 37 vermelde arrest van 1885 moet beschouwd de motiveering der arresten van 4 Mei 1858, 5 Okt. 1859, 28 Dec. 1870, en andere hierna in no. 88 geciteerd, in zake liggers voor onderhoudsplicht.

f. Eveneens is het, ondanks de nu vaststaande jurisprudentie van den H. R., die geschillen over openbaarheid van wegen en vaarten, op grond van art. 2 R. O., niet aanmerkt als voorbehouden aan het admin. gezag (zie nader op art. 2 R. O., vgl. ook no. 98 sub b hierna), — eenigszins twijfelachtig of met de meergemelde reserve van 1885 wel geheel is overeen te brengen de hier volgende overweging van H. R. 7 Okt. 1857 W, 1899, R.spr. 57 § 7, v. d. Hon. G. Z. 14 p. 255, R. B. 1858 p. 305, W. B. A. 438 : — Een besluit van Ged. Staten, houdende dat zekere vaart is openbaar, is voor den strafrechter onvoldoende om daarop een veroordeeling te gronden, daar de beslissing over het al dan niet openbare der vaart als substantieel vereischte der overtreding, tot de attributen des strafrechters behoort, — terwijl de bij art. 153 Prov. wet aan Ged. St. opgedragen beslissing van geschillen, gerezen over de uitvoering van provinciale reglementen, slechts geschillen van bestuur betreft, en niet omvat de beslissing over het bestaan der bestanddeelen eener overtreding van het reglement en over de rechten der ingezetenen, waarover alleen de rechterlijke macht oordeelt. Het

Sluiten