Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voorzoover ze bestaat, dan ook op die van partijen. Het vonnis treft niet eenig rechter of andere autoriteit, die geen partij was, heeft dus niet onmiddellijk voor hen gezag van gewijsde, maar het gezag dat het vonnis voor partijen heeft, moet als zoodanig door den rechter — en eveneens door de administratie worden geëerbiedigd.x) — Hieruit reeds volgt m. i. dat de boven aangeduide opvatting van Vitringa niet juist kan zijn. -)

En evenmin die van Laband, wiens ondersteld bevel van het vonnis aan andere rechters en beambten een fiktie is zonder realiteit, terwijl zij buitendien onverklaard laat de gebondenheid des rechters aan het door hemzelf gewezen vonnis.

Al kunnen de zooeven besproken theorieën niet worden aanvaard, daarom is nog niet aan te nemen de opvatting dat een vonnis b.v. van den burgerlijken rechter, den straf- of administratieven rechter (of wel omgekeerd) in het geheel niet aangaat.

1) Dat dit ook geldt, als de tweede rechter niet lijdelijk is, komt duidelijk uit, waar tot partijen beperkt gezag van gewijsde wordt erkend voor uitspraken van den administratieven rechter in een volgend voor dezen gevoerd geding. Lijdelijkheid van den tweeden rechter brengt intusschen dit mede, dat hij, treedt voor hem een ander op dan de vroegere procespartijen, en die ander aanvaardt het vonnis, dezen hierin heeft te volgen, wat een niet lijdelijk rechter niet behoeft te doen. Vgl. het slot van dit no. 43 en nos. 64 en 67 hierna.

2) Zij zoekt het wezen van het gezag van gewijsde — dat voor alle soorten van vonnissen hetzelfde is — in één zijner gevolgen, en dit is ongeoorloofd. Ook laat zij onverklaard, waarom partijen niet slechts voor den rechter, doch ook b.v. voor de administratie niet met vrucht kunnen volhouden dat het vonnis onjuist is gewezen. — Het moge waar zijn dat partijen niet enkel o-ebonden worden door een vonnis, doch ook door een wettig administratief bevel zonder gezag van gewijsde, welke omstandigheid (waarmee naar het mij toeschijnt door Laband in zijn theorie over het gezag van gewijsde niet voldoende rekening is gehouden) Vitringa misschien leidde tot diens meening, — toch is er groot verschil. Terwijl in een proces van een administratief bevel door partijen ook incidenteel de onwettigheid kan aangevoerd, voorzoover dit hun baat (vgl. hierbij Alg. Begins. XVI nos. 33 en 34 j". no. 31 sub e), is dit niet het geval met een vonnis, — tegen welks deklaratief partijen niet anders kunnen reageeren dan op de wijze bij de wet bepaaldelijk veroorloofd. In dit laatste ligt het eigenaardige van het gezag van gewijsde.

Sluiten