Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Waar geen gezag van gewijsde voor iedereen aanwezig is, zal de rechter niet aan het vonnis gebonden zijn, als dit evenmin het geval is met de voor hem optredende partijen, — dus wèl, zoo deze alle door het gezag van gewijsde van dit vonnis getroffen worden, doch niet, zoodra voor hem een derde, die voor andere belangen optreedt dan die der vroegere procespartijen, mede in het geding is 1).

Uit het zooeven gezegde volgt m. i. dat in den regel het burgerlijk vonnis geen bindend gezag heeft voor straf- of administratief proces. — Uitzonderingen op dien regel zijn aanwezig:

lo. Als het een vonnis betreft, dat iedereen bindt, gelijk thans (begin 1908) in zuiver burgerlijke zaken vonnissen over den staat der personen krachtens het nu geldend art. 1957 B. W., als aan het daar gestelde vereischte is voldaan (vgl. ook art. 323 B. W.). — Dit althans, zoo „elk en een iegelijk" in genoemd art. 1957 niet enkel privaatpersonen als zoodanig op het oog heeft; een restriktie, die m. i. niet mag worden aangenomen.

2°. Als partijen dezelfde zijn, of althans voor dezelfde belangen optreden, — wat ook dan mogelijk is, als het eerste proces voor den burgerlijken en het tweede voor den administratieven

rechters zijn aangesteld, maar rechtspraak uitoefenen krachtens aanwijzing bij compromis of, voorzoover dit geoorloofd is, bij statuut of reglement, — ten opzichte hunner gebondenheid aan beslissingen van den Staats-rechter. Wat omgekeerd betreft de gebondenheid van den laatste aan beslissingen in autonome rechtspraak, voorzoover deze bestaanbaar is, zie no. 69 hierna, in verband met nos. 12, 19 en 20 sub G op art. 1 R. O.

1) Het is misschien niet overbodig te dezer plaatse nog eens er op te wijzen, dat de gebondenheid van den rechter (van beslissingen over zijn competentie hier afgezien) steeds een andere is dan die van partijen. Het vonnis beslist wèl over rechten en verplichtingen der toenmalige partijen, maar niet over die van den lateren rechter, wiens eventueele gebondenheid er aan niet behoort tot het gezag van gewijsde, maar wel daaruit volgt; vgl. hiervóór p. 279—280. — Waar dan ook in dit werk sprake is van rechterlijke gebondenheid aan een vroegere beslissing, geschiedt dit steeds in de t. a. p. aangegeven beteekenis.

Sluiten