Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vgl. J. v. Gelein Vitringa in Themis 1905 p. 1—59 '), en de geciteerden aldaar in nt. 2 op p. 20, achter Bernatzik's Gutachten voor den 26sten Deutschen Juristentag, alsmede bij Germershausen, Das Wegerecht und die Wegeverwaltung in Preussen, 3e ed. I (1907) § 42 no. 7, p. 659 nt. 1. Zie ook de Gutachten en Verhandlungen' van genoemden Juristentag, aangehaald door Vitringa t. a. p. Vgl. verder v. Sarwey, Das öffentliche Recht... p. 783—734; O. Mayer, Deutsches Verwaltungsrecht I p. 174—176, 196—210 jis. p. 181—187 en p. 223—224, en denzelfde in Archiv für öffentliches Recht 21 p. 1—70; Bernatzik, Rechtsprechung und materielleRechtskraft p. 83—326, aangekondigd door Lustkandl in Grünhut's Zeitschrift für das Privat- und öffentl. Recht... 14 p. 740—779. — Tegen het hier aannemen van gezag van gewijsde: Zorn in Verwaltungs-Archiv 2 p. 121—131, en Gneist, Der Rechtsstaat, 2e ed. 1879, p. 276 (waarbij vgl. O. Mayer 1.1. p. 183 nt. 9, M. Seydel in Hirth's Annalen des deutschen Reichs 1885 p. 261—262, en Lemayer in Grünhut's Zeitschrift 22 p. 476—484). Men' bedenke dat Gneist's leer over de adminis-

J) Omtrent dit opstel is — met alle waardeering voor het vele belangrijke dat het overigens bevat — hier op te merken dat Vitringa, die 1.1. p. 21—23 zich sterk kant tegen de leer dat er gezag van gewijsde kan zijn zonder speciale wetsbepaling, 1.1. p. 59 sub II gebondenheid van partijen, ook zonder gezag van gewijsde, erkent. Dit staat in verband met zijn op p. 277 hiervóór aangegeven opvatting van den aard van het gezag van gewijsde. Mocht daarbij al de gebondenheid van den rechter aan eigen uitspraak moeten steunen op speciale wetsbepaling, dan volgt hieruit nog niet dat deze laatste ook noodig is voor de gebondenheid van partijen. Maar wil hun gebondenheid zeggen dat zij niet tegen het vonnis mogen reageeren dan op de bij de wet aangegeven wijs, en bestaat hierin het wezen van het gezag van gewijsde, dan is Vitringa's bestrijding der leer dat bedoeld gezag aanwezig is zonder speciale wetsbepaling, doordat zij uitgaat van een onjuiste theorie omtrent den aard van dit gezag, een slag in de lucht. — Over het gezag der beslissingen van burgerlijken, straf- en administratieven rechter over en weer spreekt Vitringa terloops 1.1. nt. 1 op p. 51—52. Hij zegt daarvan niet veel meer dan dat de wetgever daaromtrent kan bepalen wat hij wil, hetgeen waar is, maar ons niets verder brengt.

Sluiten