Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

art. 1960, dat het artikel eigenlijk niet t'huis behoort in den titel over het gezag van gewijsde.

De vraag rijst, of bindend gezag van het strafvonnis in de civiele zaak wèl moet erkend, voorzoover art. 1955 B. W. niet toepasselijk is (vgl. nos. 56—61 jo. no. 55 hierna), en daarmee hangt samen die naar de beteekenis van „feit" in art. 1955. Omtrent dit laatste punt zie men de jurisprudentie op gemeld artikel, speciaal de arresten, geciteerd in de Pasicrisie, Alph. Ged. I i. v. Gewijsde no. 71, en H. R. 15 April 1904 W. 8061, R.spr. 196 § 76, P. v. J. 353, W. v. N. R, 1798, M. v. H. 1904 p. 254. Dit arrest schijnt, hoewel het onder „feit" in art. 1955 niet het delikt naar de kwalifikatie van het Strafwetboek verstaat, — toch ook niet enkel er onder te begrijpen het naakte materieele feit (de handeling), afgescheiden van alle rechtskundige waardeering. Immers de H. R. meende dat in het gegeven geval het strafvonnis, waarbij iemand was veroordeeld wegens diefstal van effekten, toebehorend aan den in dat vonnis genoemden rechthebbende, niet alleen bewees het bloote wegnemen der effekten, maar ook dat dit geschiedde ten nadeele van den rechthebbende, — al zegt het arrest niet pertinent, dat het ook te dien opzichte gebondenheid van den burgerlijken rechter (behoudens tegenbewijs) aan het strafvonnis aannam, wat de conclusie van het O. M. vóór dit arrest wèl deed, zij het niet met die woorden. Uitdrukkelijk was in dezen zin beslist èn door het arrest a quo, Hof Amst. 1 Mei 1903 M. v. H. 1.1. p. 248 (253 v. b.), èn door het daarbij bevestigde vonnis Rb. Amst. 27 Juni 1902 P. v. J. 164, M. v. H. 1.1. p. 243 (246—247), — dit laatste met overweging, dat het recht van den eigenaar op de gestolen effekten was een constitutief element der gepleegde en bewezen verklaarde daad, waaronder de Rechtbank dus verstond, niet de materieele handeling, maar het in de strafwet omschreven delikt.

Naar de opvatting van het geciteerde arr. H. R. van 15 April 1904 zou in het civiele geschil het strafvonnis geen bewijs opleveren voor de rechtskundige waardeering van het ten laste gelegde

Sluiten