Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet vaststelling van onzekere rechtsbetrekkingen is hier het doel, niet het vervangen van rechtsonzekerheid in concreto door rechtszekerheid. — Daarom is hier de bestaansreden van het gezag van gewijsde niet aanwezig, en wordt bij het strafproces, al heeft daar onderzoek plaats van materieele rechtsverhoudingen (civiele of andere), hieromtrent geen beslissing gegeven met gezag van gewijsde. Er kan dan ook te dien opzichte geen gebondenheid worden aangenomen, hetzij van den burgerlijken, hetzij van den administratieven rechter '). — Ygl. ook FaustinHélie, Traité de 1'action publique, no. 1422 i. f.

5». gg. Het in 't vorig no. 58 a. h. e. betoogde geldt ten aanzien van alle elementen van het delikt. Op dien grond kan men, hoe men overigens over hun motiveering denke, toch instemmen met de beslissingen der volgende arresten van den H. R., voorzoover deze n.1. bestonden in niet-erkenning van gezag van gewijsde van het strafvonnis; — te weten: H. R. 10 Maart 1890 W. 5853, R.spr. 154 § 34, v. d. Hon. Sr. 1890 p. 22, P. v J. 1890 no. 43 (vgl. Léon-Hulshoff no. 2 op art. 400 Sv.); H. R. 31 Juli 1860 W. 2192, R.spr. 65 § 30, v. d. Hon. Sr. 1860 p. 184 ; H. R. 20 Okt. 1857 R.spr. 57 § 11, v. d. Hon. G. Z. 14 p. 264, en H. R. 15 Sept. 1857 W, 1896, R.spr. 56 §63, v. d. Hon. G. Z. 14 p. 238 (deze laatste drie arresten vermeld bij Léon— Teixeira nc. 11 op art. 436 oud Sv.). — Ygl. hierbij ook Hof Gron. 5 Mei 1873 W. 3601. — In de geciteerde arresten weigerde de H. R. gezag van gewijsde van het strafvonnis te laten gelden in een andere strafzaak, in 1860 en 1890 tegen een ander beklaagde, bij de arresten van 1857 tegen denzelfden beklaagde.

De geciteerde arresten zijn hiermee gemotiveerd dat nergens is bepaald (ook niet in art. 400 Sv.) dat een strafvonnis als

!) De uiteenzetting in den tekst heeft niet enkel beteekenis ten opzichte der kracht van het strafvonnis in het burgerlijk geding, doch ook ten aanzien dezer kracht in de administratieve rechtspraak, waarvoor het gezegde die beteekenis ook dan behoudt, als men op andere gronden dan de hier aangevoerde meent dat in burgerlijke processen het strafvonnis geen kracht heeft buiten de bepalingen van het B. W. om. Vgl. no. 68 hierna.

Léon: Rechtspraak, 3e Druk, Deel II, afl. 1 20*

(Mr. L. van Praag, Hecht. Org.)

Sluiten