Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voor zoover beslissingen van den administratieven rechter gezag hebben voor iedereen, zal gebondenheid van den strafrechter niet op dien grond kunnen afgewezen dat in het strafproces andere partijen optreden dan in het administratieve. Ygl. b.v. art. 277 lid 1 Ontw. 1905 Wetb. v. Adm. Rv.1). — Is echter art. 391 lid 1 Sv. geen beletsel tegen het aannemen van zulke gebondenheid? Dat dit wèl zoo is, meent, naar aanleiding van de met het zooeven geciteerde voorschrift korrespondeerende § 260 der Duitsche Strafproz. Ordn., M. Seydel in Hirth's Annalen des deutschen Reicbs 1885 p. 230 nt. 5. — Vermoedelijk dacht ook aan het genoemde voorschrift Hof's Hertog. 3 April 1901 W. 7661, overwegend dat het stelsel van ons strafrecht (d. w. z. het formeele: onze strafvordering) niet toelaat dat de rechter in foro poenali, in zijn onderzoek naar het al dan niet bestaan van een of ander constitutief element van eenig delikt, wordt beperkt door een voorafgaande beslissing van een administratief college, • tenzij dan krachtens uitdrukkelijke wetsbepaling. — De hier bedoelde voorafgaande (het Hof noemt ze: praejudicieele) beslissing was die eener commissie van beoordeeling over de waarde van in Nederland ingevoerde goederen krachtens de Waardewet van 1895 Stbl. 54 (vgl. artt. 3 en 4 dier wet, zie nu den tekst naar het K. B. van 4 Aug. 1906 Stbl. 216). Opgemerkt zij hier dat zulk een beslissing wordt gegeven, alleen voor de daarbij betrokkenen, niet voor iedereen ; zoodat men op dien grond van meening kan zijn dat zij den strafrechter niet bindt. Vgl. hieronder, en het volgend no. 63 a. h. e.

Wat de boven gestelde vraag betreffende de strekking van art. 391 Sv. aangaat, indien men het gezag van gewijsde niet als bewijsmiddel beschouwt, maar als het gezag der vaststelling dat elk bewijs overbodig maakt, — kan worden beweerd dat art. 391 Sv. aan de erkenning van dit gezag, en van daarop

!) Vgl. ook de Mem. v. Toel. op dit Ontwerp § 30 no. 2 i. f., waar ondersteld wordt bindend gezag van een voor ieder geldende uitspraak des administratieven rechters, ook voor den strafrechter.

Sluiten