Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de last van openbaarheid drukt, de beslissing van Ged. Staten dat deze openbare rijweg tot de tweede klasse behoort, moet geëerbiedigd door de rechterlijke macht, hier in een strafzaak. — Zoo H. R. 24 Dec. 1906 AY. 8478 p. 2, P. v. J. 653, G. st. 2899 sub 5o.

Dit arrest is gewezen cf. concl. O. M., waarin nog werd gememoreerd dat het betrokken provinciaal reglement de beslissing van eventueele geschillen over de klasse onder welke eenige weg moest worden gerangschikt, voorbehield aan Ged. Staten. — Inzóóver zou hier dan aanwezig zijn gebondenheid van den strafrechter aan administratieve rechtspraak door Ged. Staten. De H. R. beriep zich echter niet daarop, doch op gebondenheid aan de goedkeuring van den ligger, aan een administratieve handeling dus. — Uit het provinciaal reglement (Bijv. Stbl. 1880 p. 210) schijnt te volgen dat daarbij aan het administratief gezag (den Raad, onder goedkeuring van Ged. Staten) is opgedragen het eindoordeel over de vraag in welke klasse elke weg behoort te worden gerangschikt. Dit wettigt de beslissing van den H. R., wier motiveering met „zoodat" echter doet denken aan de opvatting dat de rechter moet eerbiedigen administratieve maatregelen, behoorende tot den formeelen bevoegdheidskring van hem, die ze nam; vgl. Alg. Begins. XVI no. 6 sub g. Intusschen was hier de wettigheid van den administratieven maatregel niet kwestieus; vgl. ook no. 87 i. f. hierna.

9 9. e. Rb. Gron. 1 Maart 1895 P. v. J. 1895 no. 37, W. B. A. 2387, overwoog dat de beoordeeling eener gemeenschappelijke regeling van naburige gemeenten voor hun lager onderwijs, doordat deze beoordeeling in art 16 wet L. O. (nu no. 4), verwijzend naar art. 121 Gem.wet, is opgedragen aan Ged. Staten, die ze hebben goed te keuren, — is onttrokken aan den rechter, en dat deze dus zin en beteekenis eener getroffen regeling niet mag onderzoeken. — Met de motiveering van dit vonnis vereenigt zich (onbegrijpelijkerwijs) W. B. A. 2388. — Vgl. Alg. Begins. IX no. 33 en XYI no. 8.

9 8. f. Rb. Haarlem 26 Juli 1904 W. 8159, G. st. 2765, AY. B. A. 2883, nam aan dat de vraag of een Raadsbesluit,

Léon: Rechtspraak, 3e Druk, Deel II, afl. 1 22*

(Mr. L. van Praag, Recht. Org.)

Sluiten