Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bepalingen hier zijn bedoeld is niet zeker. Misschien art. 231, daar, naar het schijnt, in het gegeven geval een verplichting als in den aanhef van dit artikel bedoeld, in het spel wqg. Het arrest oordeelt dan dat dit artikel in den weg staat aan regeling dier verplichtingen bij gem.-verordening; doch dan is hetgeen de H. R. na „vooral" laat volgen geheel overbodig. Beide arresten van 1886 en 1891, kunnen echter óók hebben willen zeggen dat een geiu.-verordening, niet steunend op prov. reglement, hetzij geen onderhoudsplicht kan opleggen, hetzij dien niet doen constateeren door liggers, — althans niet dan met inachtneming van artt. 239 jis 232—237 Gem.wet; vgl. hierna no. 97 sub c. — De twee geciteerde arresten verschillen in elk geval daarin dat in 1886 in het algemeen de bindende kracht der liggers werd ontkend, zoo de (opgelegde, dus publiekrechtelijke) onderhoudsplicht naar de verordening wordt aangewezen door een burgerlijke rechtsbetrekking, terwijl het twijfelachtig is of het arrest van 1891, dat onderhoudsplicht op grond van eigendom ter zijde stelde omdat daarvan toen geen sprake was (de verordening was echter op dit punt van gelijke strekking als in 1886), — hier toch hetzelfde bedoelt als het vroegere arrest, dan wel enkel privaatrechtelijken onderhoudsplicht op het oog heeft. Dit laatste is de meening van Beucker Andre^e in zijn (hiervóór in no. 88 sub a) geciteerde dissertatie, p. 132—145 jis. p. 50—51 (vgl. speciaal p. 143—144), een opvatting die zou kunnen gesteund door de zienswijs dat het beroep in het arrest op de Gem.wet zou slaan op den aanhef van 231 dier wet. Alle andere schrijvers (hieronder vermeld) stellen echter het arrest van 1891 op één lijn met dat van 1886, en de gelijkenis in redaktie doet dan ook twijfelen of de H. R. een afwijking bedoelde, die zeker niet kan afgeleid uit het ekarteeren van den eigendom, waar deze in het gegeven geval niet van belang was. Buitendien is er ruimte voor de meening dat, waar een verordening onderhoudsplichtig verklaart wie dit reeds civielrechtelijk is, er naast den bui geirechtelijken onderhoudsplicht ontstaat een publiekrechtelijke; al is het kwestieus of — is de gemeenschap, jegens wie de burgerlijke

Sluiten