Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verplichting bestond, dezelfde als die de verordening maakt — deze verzwaring geoorloofd kan geacht; vgl. de noot op p. 358 hiervóór.

Nog is de vraag opgeworpen of de arresten van 1886 en 1891 — aangenomen dat zij van gelijke strekking zijn — niet beide strijden met dat van 20 Febr. 1893, geciteerd hiervóór in no. 88 sub b. Hiertegen zou kunnen worden opgemerkt dat, terwijl de eerstbedoelde arresten betrekking hebben op gemeentelijke liggers, niet steunend op een prov. verordening, dit anders was in 1893. Intusschen de overweging dat het administratief gezag niet heeft te beslissen over burgerlijke rechtsverhouding, is van grooter draagkracht en zou eveneens kunnen aangevoerd bij gelijke bepalingen b.v. in prov. verordeningen. Toch is er althans tusschen de arresten van 1886 en 1893 dit verschil, dat bij het laatste beklaagdes eigendom van het te onderhouden werk niet twijfelachtig was, zoodat het .administratief gezag daaromtrent niets had te beslissen, terwijl dit in 1886 wèl het geval was. Of in 1891 de burgerlijke rechtsbetrekking vaststond, kan m. i. uit het arrest niet met zekerheid worden opgemaakt. Het schijnt echter dat beklaagde zijn civielrechtelijken onderhoudsplicht toen opgeheven achtte. — Vgl. nader hieronder sub l.

Het arrest van 1886 is bestreden in W. B. A. 1948; dat van 1891 in G. st. 2089; vgl. ook S. in G. st. 2085 en 2086. Bij beide arresten, in verband met dat van 1893 vgl. nog de p. 363 hiervóór geciteerde dissertatie van Schepel p. 32—37 en nt. 2 op p. 39. — Vgl. ook de opvatting dier arresten door Adv.-Gen. Gregory in zijn conclusies vóór het meergemelde arrest van 1893, en vóór H. R. 26 Nov. 1894 W. 6588, R.spr. 168 §46, v. d. Hon. G. Z. 41 p. 123, P. v. J. 1895 no. 10.

k. In de laatstgenoemde conclusie bestrijdt de Adv.-Gen. het vonnis a quo van Ktg. Gron. 28 Juli 1894 P. v. J. 1.1. (door den H. 11. gecasseerd om redenen, hier niet van belang). Dit vonnis besliste dat de strafrechter ondanks de vaststelling van den onderhoudsplicht bij een ligger, opgemaakt op grond eener gemeenteverordening, die heette te berusten op een prov. reglement

Sluiten