Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weg zoodanige bestemming gaven; vgl. hierbij Yiteinga 1.1. p. 544 en 553. — In gelijken zin, den ligger als zuiver administratieve regeling aanmerkend, en overigens argumenteerend met art. 148 Grw. 1848: Ktg. Alphen 17 Okt. 1884 W. 5075, W. B. A. 1847. In dien geest ook Ktg. Oosterhout 16 April 1885 W. 5236, G. st. 1791, W. B. A. 1913, en Ktg. Wijchen 25 Maart 1870 W. 3208, G. st. 973, wegens de bepaling in het betrekkelijk reglement dat de vastgestelde ligger vatbaar was voor wijziging tengevolge eener rechterlijke uitspraak. Dat met die bepaling (waaromtrent vgl. hiervóór no. 95 sub d en het volgend no. 99 sub ƒ a. h. e.) alléén bedoeld was een opzettelijk uitgelokt vonnis van den burgerlijken rechter, besliste het hierboven sub a i. f. geciteerde arr. H. R. van 28 Okt. 1862. — Als bovenstaande jurisprudentie ook nog: Ktg. Enschedé 5Sept. 1866 W. 3014, G. st. 821 en 885, W. B. A. 983, en implicite Ktg. Onderdendam, vonnissen van 4 Juni 1894 P. v. J. 1894 no. 104 en van 20 Okt. 1884 R, B. en B. 1 C p. 186.

Daarentegen kende in strafzaken wèl bewijskracht aan den ligger voor de openbaarheid toe Rb. Rott. 23 Dec. 1884 W. 5134, vernietigend Ktg. Schoonhoven 21 Nov. 1884 1.1., omdat daarbij de eisch was gesteld dat een afschrift, geen uittreksel, van den ligger moest zijn overgelegd. — Mede werd de ligger bindend geacht door Ktg. Wageningen 20 Febr. 1867 W. 2886; Ktg. Eist 12 Juli 1866 W. 2846, wegens de bepaling dat de liggers dienen tot grondslag voor de toepassing van het reglement; alsmede door Ktg. Naaldwijk 28 Nov. 1862 W. 2482.

d. Bij de in dit no. 98 geciteerde jurisprudentie vgl. nog die, vermeld in het volgend no. 99, waarbij in andere dan strafzaken evenmin gebondenheid van den rechter aan den ligger ten aanzien der openbaarheid is aangenomen.

99. e. In burgerlijke, respektievelijk publiekrechtelijke geschillen is aan den ligger bindende kracht voor de openbaarheid ontzegd door H. R. 3 Febr. 1893 W. 6300, R.spr. 163 § 13, v. d. Hon. B. R. 59 p. 123, P. v. J. 1893 no. 29, op overweging dat het geldt een zuiver administratieve handeling, die niets kan beslissen

Sluiten