Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vordering aldus: Bij de vrije en onafhankelijke werking der uitvoerende macht binnen den haar aangewezen kring, mag de rechterlijke macht in foro civili niet oordeelen over binnen voorzegden kring door het uitvoerend gezag verrichte daden [hier het vanwege de gemeente uitzetten van liet als armbestuur optredend college uit het armhuis, om het te doen plaats maken voor regenten, door den Raad benoemd], — althans niet waar de toewijzing der vordering het buiten effekt stellen of ongedaan maken van zoodanige daad ten gevolge zou hebben '). De bedoelde vrije werking van het uitvoerend gezag kan niet afhankelijk zijn van de wijze, waarop een eischer zijn vordering inkleedt, zoodat het niet afdoet dat een possessoire aktie is ingesteld. — Zie in anderen zin, speciaal voor een bezitsvordering, de beslissingen vermeld hierna in no. 14 sub a.

I. Rb. Middelburg 20 Okt. 1880 W. 4640, R. B. 1882 A p. 73, W. B. A. 1672 overwoog dat aan de kennisneming der rechterlijke macht zijn onttrokken geschillen, die ten onderwerp hebben de beoordeeling van regeerings- of bestuursdaden, door de openbare staatsmachten binnen den kring harer bevoegdheid verricht, — doch dat, bewegen zij zich met overschrijding dier grens niet op staatsrechtelijk terrein, de rechterlijke macht geroepen is van haar handelingen kennis te nemen. Hier wordt de term kennisnemen blijkbaar eerst gebruikt voor de competentie in het geschil, daarna voor het beoordeelèn van een in dit geschil rijzend vraagpunt. De bedoeling der geciteerde overweging schijnt deze te zijn dat dé rechterlijke macht wèl mag beoordeelen of bestuursdaden vallen buiten den bevoegdheidskring van den funktionaris, doch dat haar niet geoorloofd is een bindende2) beslissing over de materieele wettigheid van zulke daden. — Het hier vermelde vonnis achtte nu in den accessoiren eisch tot schadevergoeding wèl toelaatbaar het onderzoek, of

!} Voor deze restriktie vgl. hierna nos. 16 sub d en 39.

2) Dat zulk een beslissing bedoeld is schijnt te mogen worden afgeleid uit het vooropstellen door de Rechtbank van het onderwerp des geschils.

Sluiten