Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lid 2 van art. 3 naar het ontwerp verviel doordat de Kamer een hiertoe strekkend amendement aannam (1.1. p. 1235). De tegenstanders dier bepaling waren dit echter op zeer uiteenloopende motieven. Zoo wilden v. Loon (1.1. p. 1224) en v. Beyma thoe Kingma (1.1. p. 1225 kol. 2) niet dat de rechter de competentie dei administratie onderzocht, gelijk bedoeld lid 2 meebracht. Tegen het in dit lid 2 vervatte verbod aan den rechter verklaarden zich de voorsteller van het amendement tot schrapping, Oldenhuis Gratama (1.1. p. 1222), v. Lijnden v. Sandenburg, (p. 1233 kol. 1) en v. Eck (p. 1233—1234), welke laatste de kwestie dooreenmengde met die der ontvankelijkheid eener vordering naar het materieele recht (artt. 1401 en vlgg. B. W.). — Kappeyne's overigens belangrijke rede was op dit punt niet geheel duidelijk. L.l. p. 1218 kol. 2 v. o. wenschte hij d,at er een rechter is, die ook de daden van het administratief gezag toetst, en p. 1219 kol. 1 had hij bezwaar tegen het voorgestelde lid 2, doch niet als het bedoelde dat de rechter te onderzoeken heeft of de administratie „binnen de grenzen harer bevoegdheid is gebleven . Vermoedelijk speelde de dubbelzinnigheid van het woord „bevoegdheid" (vgl. no. 4 hiervóór en p. XI der Voorrede) den redenaar parten1). Op die dubbelzinnigheid wees v. d. Does de Willebois (1.1. p. 1226 kol. 1). — v. Nispen tot Sevenaer (p. 1228) wilde rechterlijke beoordeeling van bestuursdaden, die inbreuk maken op burgerlijke rechten, en voegde er bij. dat dit niet was een door hem evenmin als door Kappeyne (1.1. p. 1218 kol. 1 v. o.—kol. 2 v. b.) gewenscht, zich stellen van den rechter op de plaats der administratie. Vgl. hierna no. 16 sub c en cl, no. 37 sub e, en Alg. Begins. XIX.

Ware art. 3 van het ontwerp mèt het boven geciteerde lid 2 wet geworden, dan zou het eerste lid er van slechts in geringe

!) Eveneens aan H. Vos, Publiekrechtelijke geschillen, diss. Leiden 1886 p. 286, wiens kritiek van het hier bedoelde lid 2 kennelijk berust op gelijkstelling van «bevoegd» in den zin van competent, met «bevoegd» in de beteekenis van materieel gerechtigd. Vgl. ook no. 2 hiervóór.

Sluiten