Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

anders de beslissing der hoofdzaak onmogelijk zou zijn. — Zóó H. R. 17 Juni 1881 W. 4650, R.spr. 128 § '27, v. d. Hon. B. R. 46 p. 452 *). In gelijken zin het in dezelfde zaak gewezen arr. Hof Suriname van 3 Mei 1878, bevestigd dooi H. R. 6 Juni 1879, beide vermeld p. 50 v. o. hiervóór. — Laatstbedoeld arrest H. R. van 1879 is in W. 4386 in haar aanteekening er op door de Red. bestreden met het argument dat de rechterlijke macht regeeringshandelingen niet zou mogen beoordeelen.

ƒ. Ktg. I Amst. 24 Aug. 1847 W. 848 nam aan dat de rechterlijke macht de wettigheid eener handeling van het administratief gezag, vallende binnen zijn competentie-grenzen (hier een besluit van Ged. Staten tot intrekking eener vroeger door hen ten voordeele van eischer gegeven uitspraak over Patentbelasting, op welke laatstbedoelde uitspraak de voor den Kantonrechter ingestelde conditio indebiti steunde) — mag onderzoeken, als dit vereischt wordt tot het beslissen op een burgerlijke rechtsvordering. Als zoodanig kwalificeerde de Kantonrechter deze terugvordering van betaalde belasting, wat insluit dat hij het recht op tei uggaaf, erkend door de eerste uitspraak van Ged. St. — waarop hun tweede besluit dan inbreuk maakte — aanmerkte als een

burgerlijk recht.

g. De in den aanhef van dit no. 14 bedoelde opvatting is ook verkondigd door het O. M. vóór H. R. 18 Dec. 1857 — vermeld hiervóór in no. 10 (1) sub b —, van oordeel dat de

i) Dit arrest wordt te dezer plaatse opgenomen in de onderstelling dat de H. R., toen hij het wees, niet veranderd was van zienswijs wat betreft liet burgerrechtelijk karakter der verplichting tot betaling van ambtenaren-traktement, gelijk dit is aangenomen door H. R. 28 ükt. 1870, geciteerd p. 46 hiervóór en nader te vermelden op art. 2 R. O. — Mocht bedoelde onderstelling onjuist zijn, dan behoort het in den tekst genoemde arrest van 1881 bij de beslissingen in het volgend no. 15 weergegeven. Vgl. ook het daar sub d vermelde arr. Hof Leeuw, van 1896, dat hier niet op zijn plaats zou zijn, omdat het ontslag van een ambtenaar, wettig of onwettig, op zich zelf niet is een inbreuk op zijn recht lot traktement.

Sluiten