Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechtsgevolgen kan hebben, buiten die, verbonden aan de onwettigheid zelf ').

De juistheid van dit beginsel blijkt het duidelijkst, waar het geldt een weigering der administratie om zekere ambtsdaad te verrichten. Al wilde men aan die weigering, als zij onwettig is, alle rechtsgevolg eener wettige daad ontzeggen, dan zou hiermee nog niet kannen bereikt dat de geweigerde daad moet beschouwd

als wèl te zijn geschied.

De vraag wanneer moet worden aangenomen dat gevallen als in dit no. 25 bedoeld aanwezig zijn, behoort tot de leer der nietigheden in het publieke (ruimer: korporatieve) recht, of, misschien juister gezegd, der rechtsgevolgen naar het publieke (korporatieve) recht aan onwettige handelingen verbonden 2).

1) Vgl. de noot op p. 455. — Zie hierbij ook Hof v. Cass. in Belgie 29 Jan. 1906, Pasicrisie beige 1906 Cour de Cass. p. 114, en de concl. van Adv.-Gen. Terlinden vóór dit arrest. Zoowel het Hof als de Adv.-Gen. gevoelden dat niet elke onwettigheid radikale nietigheid meebrengt, hetgeen beide echter tot overwegingen leidde, op welker duidelijkheid en juistheid vrij wat -valt aan te merken. Vgl. dit arrest ook hierna in no. 32 sub c.

2) Vgl. hierbij voor het privaat recht o. a. J. A. van Hamel, De leer deinulliteiten in het burgerlijk recht, diss. Amst. 1902, en daarbij de aankondiging er van door A. A. de Pinto in W. 7938, en door Uhucicer in R. Mag. 22 (1903) p. 608-614. In de buitenlandsche litteratuur is een der jongste geschriften de 2e editie (1907) van R. Leoniiard, Vertragsbestaridteile und Irrtum (Heft 22 der Studiën zur Erlauterung des bürg. Rechts). — Wat het publiek recht betreft, vgl. voor verordeningen Kaiin (p. 453 hiervóór geciteerd) p. 482, die het gezichtspunt van de nietigheidsleer in het privaat recht hier niet wil laten gelden als te civilistisch. De vraag is echter, of niet een algemeene nietigheidsleer voor privaat en publiek recht beide zal kunnen worden opgesteld, als eerst de grondslagen hiertoe behoorlijk zijn gelegd voor ieder afzonderlijk. Voor het publieke (en wel speciaal hel Duitsche publieke recht), is daarmee nog slechts een aanvang gemaakt in het belangrijke geschrift van W Jellinek, p. 443 hiervóór geciteerd. Zie aldaar over de gevolgen van onwettige Staatsdaden p. 54-67 en 93-100 j". p. 29-32, 35 -36 (bij incompetentie); p. 99-100, 103-104 j's. p. 37-39 ^bij verwaarloozing van vormen); p 44_53; 59 —67, 104—116 jls. p. 39—42 (bij materieele onwettigheid). In J.'s werk vindt men' talrijke gevallen, waarin een onwettige bestuursdaad met radikaal nietig is (vgl. 1.1. p. 45-46 jf. p. 52- 53). - Vgl. hierbij ook laferrière, hiervóór p. 402 nt. 1 geciteerd.

Sluiten