Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nauwkeurige bepaling wat tot elk deel er van behoorde. „Men. ... wilde zoo elk orgaan binnen den hem van te voren aangewezen werkkring opsluiten. In plaats van de organen samen te laten werken, wilde men hen zooveel mogelijk gescheiden houden, en trachtte men muren tusschen hen op te richten, die hen niet alleen zouden beletten elkaar te ontmoeten, maar ook om elkaai te spreken en te zien". Zoo H. Reuyl, De leer der trias politica, diss. Gron. 1886 p. 30—31, in aansluiting aan Duvergier de Hauranne, Histoire du Gouvernement Parlementaire en France I (1857) p. 45. Dit streven had niet enkel in den dogmatischen aanleg der toenmalige politici zijn grond, doch mede in de op ondervinding berustende vrees voor het conservatisme der Fransche rechterlijke macht, waarvan men duchtte dat het in den weg zou staan aan de doorvoering der noodzakelijk geachte hervormingen; vgl. — behalve de Fransche litteratuur op dit punt — Gneist, geciteerd p. 499 hierna. Wat die rechterlijke macht betreft, reeds onder het ancien régime bestond voor haar het verbod om over bestuursdaden te oordeelen; vgl. v. Idsinga, Admin. Rechtspraak, p. 41 nt. 4. Hieraan kon bovenbedoeld streven naar absolute scheiding van rechterlijke, uitvoerende en wetgevende macht gereedelijk vastknoopen. Het vond nu uiting in de Fransche wet van 22 Dec. 1789/8 Januari 1790 sect. III art. 7, de Constitutie van 3—14 Sept. 1791 chap. V art. 3, en die van 5 fructidor an III art. 203 (ten deele geciteerd bij Reuyl 1.1. p. 27 nt. 1), waarbij vgl. art. 189, dat de administratie verbood zich te mengen „dans les objets, dépendant de 1'ordre judiciaire", hierin volgend de genoemde Constitutie van 1791, chap. IV sect. II art. 3. — Het verbod aan de rechterlijke macht zich te mengen in de uitoefening der wetgevende, en om reglementen te maken, — is, wat dit laatste betreft, overgegaan in art. 5 C.C. en ons art. 12 wet Alg. Bep. — Het verbod aan den rechter om de administratie te hinderen (troubler) in de uitoefening harer funkties — vgl. de geciteerde wet van 1789/1790, en de Constitutie van 1791 1.1.: „entreprendre sur les fonctions administratives" — is herhaald in de wet van 16—24 Aug. 1790 tit. II art. 13 (opgenomen

Sluiten