Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hiervóór op p. 531 v. b. genoemde arresten H. R. van 6 Nov. 1849 en 5 Okt. 1852.

c. De leer dat de rechter, voorzoover art. 150 lid 2 Gem.wet niet toepasselijk is, mag onderzoeken of de verordening betreft de gemeente-huishouding in het algemeen, of in het bizonder een der in art. 135 met name genoemde kategoriën hiervan, — is uitdrukkelijk of implicite gehuldigd bij een reeks van arresten '): H. R. 8 Maart 1909 W. 8838, P. v. J. 841 p.1, G.st. 3012 sub 9°; H. R. 21 April 1908 W. 8707, R.spr. 208 § 89, P. v. J. 761, G.st. 2968 sub 9°, W. B. A. 3133; H. R. 24 Febr. 1908 W. 8666 p. 1, R.spr. 208 § 40, P. v. J. 735, G.st. 2952 sub 7°, W. B. A. 3078; H. R. 21 Okt. 1907, vermeld op p. 470; H. R. 24 Juni 1907, hierboven sub a geciteerd; H. R. 18 Maart 1907 W. 8512, R.spr. 205 § 45; H. R. 8 Jan. 1904 W. 8017, R.spr. 196 § 4, P. v. J. 365, G.st. 2741 sub 7°, W. B. A. 2856 ; H. R. 19 Okt. 1903 W. 7974, R.spr. 195 § 5, v. d. Hon. G. Z. 47 p. 390, P. v. J. 287, G.st. 2722, W. B. A. 2848; H. R. 2 Juni 1903 W. 7938, R.spr. 194 § 20, v. d. Hon. Sr. 1903 p. 278, P. v. J. 259, G.st. 2715; H. R. 30 Maart 1903 W. 7910, R.spr. 193 §57, v. d. Hon. G. Z. 47 p. 281, P. v. J. 239, G.st. 2702, de cassatie verwerpend tegen Hof Amst. 23 Dec. 1902 W. 7861, P. v. J. 1.1., W. B. A. 2804, waarbij was vernietigd Rb. Amst. 16 Okt. 1902 W. 7820, P. v. J. 1.1., W. B. A. 2792. Dit vonnis had de verordening in strijd geacht met art. 135 Gem.wet, op grond dat zij mede betrof de partikuliere zedelijkheid en gezondheid. De vernietiging door het Hof had enkel plaats wegens afwijkende

!) Daarbij is te releveeren de opmerking in de concl. O. M. vóór H. R. 24 Juni 1907 dat gemeente-huishouding en gemeente-belang identiek zijn. Wel kan men onderscheiden tusschen openbare gemeente-belangen en die, welke enkel de gemeente als privaatrechtelijk rechtspersoon aangaan; b.v. zou dan kunnen gezegd dat een verordening, uitgevaardigd in het belang der gemeente enkel als eigenares van zekere bezitting, niet betreft de huishouding deigemeente als publiekrechtelijke korporatie. Maar juist verordeningen van deze laatste soort worden onwettig geacht; zieLÉoN—Vos no. 12 op art. 135 Gem.wet. Vgl. ook Lkon—Levy no. 3 op art. 153 Grw., welk arrest (H. R. 7 Okt. 1851 W. 1290) echter gold een besluit van B. en W.

Sluiten