Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verhouding van de belangen der verschillende publiekrechtelijke korporaties. Niet echterr, als het gaat om de verhouding tot de partikuliere belangen der leden. Ware de bedoelde kwestie er per se een van beleid, dan zou dit ook het geval moeten zijn, waar niet een verordening in het spel is, doch zeker belang betrokken bij een uitvoeringshandeling (vgl. b.v. p. 184—no. 11), de competentie tot die handeling bepaalt. Daarvoor echter wordt het in den regel niet aangenomen, en gelden ook niet de overwegingen, die de tegenstanders van den H. R. in deze aanvoeren. En ook bij verordeningen, speciaal bij die welke strekken ter uitvoering van wetten, aangevend welke belangen de uitvoeringsverordening mag betreffen, — is er een gebied, waarop de vraag of het belang dat de verordening wettigt, daarbij is betrokken, niet epgaat in die, welke korporatie het best kan regelen. De eerstbedoelde vraag moet dan ook ter sprake worden gebracht vóór de tweede '); zij is onafhankelijk van deze laatste door den rechter te beantwoorden overal, waar zij niet op die tweede vraag neerkomt. — En evenmin is de vraag of bij een zeker belang een bepaalde maatregel betrokken is, identiek met die of dit belang er door zal worden gediend. Wel sluit een ontkennend antwoord op de eerste eenzelfde in voor de andere. Maar bij haar bevestigende beantwoording geldt dit niet. Als dan ook.de Redaktie W. B. A. 1.1. tegen den H. R. aanvoert dat de beslissing der vraag, wat het algemeen belang noodzakelijk maakt, behoort tot het wezen van den werkkring der administratie, miskent zij de strekking der aangehaalde jurisprudentie. Deze is juist in overeenstemming met bedoelde opmerking, en zij zal, bedrieg ik mij niet, ook voor latere jurisprudentie van den administratieven rechter vermoedelijk nog in menig geval — bij wijze van analogie, en dus ook afgezien van verordeningen — een bruikbaar richtsnoer kunnen bieden.

Gelijk standpunt voor de hier besproken kwestie in het alge-

!) Dit is ook over het hoofd gezien door Tézner, Die deutschen Theorieen der Ver walt.rechtspflege p. 239—240, tegen wiens uiteenzetting aldaar geldt het hier in den tekst gezegde.

Sluiten