Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meen '), als de bovenstaande jurisprudentie voor verordeningen inneemt, vindt men ook gehuldigd in buitenlandsche rechterlijke uitspraken. Zie b.v. over een politievoorschrift, Oberlandesgericht Brandenburg 28 Sept. 1903 in D. Jur. Zeit. 1903 p. 527 sub 41o. Hierbij werd overwogen dat de rechter niet kan onderzoeken, of zulk een voorschrift zooals het is gegeven, noodzakelijk en doelmatig was, wèl daarentegen of het objektief strekte ten bate der veiligheid. — Ygl. ook het arrest van het Oostenrijksche "Reichsgericht van 30 April 1874, geciteerd door TEZNERin Grünhut's Zeitschr. f. d. Priv. u. öff. R. der Gegenw. 19 p. 363—361, — en dat van het Pruisische Oberverwaltungsgericht, t. a. p. 1.1. op p. 387 vermeld. Zie verder de arresten van laatstbedoeld Hof van 4 Okt. 1904 Entsch. Preuss. Oberverw. Gericht 46 p. 408, en van 22 Febr. 1906 Entsch. 50 p. 362. Vgl. ook die van 12 Jan. 1903 1.1. 42 p. 425, van 14 Dec. 1906 1.1. 49 p. 374 (378—379), van 18 April 1907 1.1. 51 p. 302 (303 v. o.), van 18 Okt. 1907 1.1. 51 p. 228 (233—234), van 23 Jan. 1908 1.1. 52 p. 364 (366), en van 7 Mei 1908 1.1. 52 p. 302 (306—307). Zie nog Teznek, Zur Lehre v. d. freien Ermessen p. 72 ja. p. 71 en p. 86. Ygl. hierbij verder Pestel, p. 515 hiervóór geciteerd.

f. Is het al dan niet treden op het terrein van hooger wetgevend gezag, althans in twijfelachtige gevallen, een doelmatigheidsvraag (zie hierboven p. 527), — hetzelfde geldt van de kwestie of een gemeenteverordening niet regelt hetgeen beter zou t'huis behooren in een waterschapsverordening. Zie als voorbeeld K. B. 17 Mei 1857 Stbl. 21. Ygl. hierbij Schepel, Waterschapswetgeving p. 69.

O. Een andere vraag dan die of een verordening treedt in hooger belangen, is die of zij daarmee in strijd is. Immers, al zou men kunnen zeggen dat het treden in hooger belang met dit belang onvereenigbaar is, — het omgekeerde gaat niet op : niet elke strijd met hooger belang bestaat in het daarin treden, d.w.z. in het voorzien in dit belang door den lageren wetgever.

!) Vgl. ook, ten aanzien van vennootschappen, A. A. H. Struycken in R. Mag. 28 (1909) p. 320 v. o.—321 v. b.

Sluiten