Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in dit geval ook hierom de rechter de verordening, al achtte hij laatstbedoelden strijd aanwezig, toch zou hebben toe te passen, en dus zelfstandig onderzoek der vraag of die strijd er is, voor hem doelloos zijn zou; vgl. het slot van Alg. Begins. XYI no. 21 en hierna no. 22 A aanhef j°, sub b (3o). — Bij het voorafgaande zie nog Vitringa in R. Mag. 19 p. 571 v. b. en Reüyl 1.1. 25 p. 250—251.

9. H. R. 12 Maart 1877 W. 4110, R.spr. 115 § 39, v. d. Hon. Bel. 11 p. 35, G.st. 1342, W. B. A. 1463 (1462) overwoog dat geen wetsbepaling aanwijst welke diensten volgens het staatsrecht tot den kring der publiekrechtelijke bevoegdheden eener gemeente behooren, en dus vallen onder art. 238 Gem.wet, zoodat het oordeel hieromtrent is overgelaten aan de gemeente, — en de rechter heeft te eerbiedigen een verordening, waarbij de levering vanwege de gemeente van gas aan de ingezetenen, als een publiekrechtelijk bewezen dienst wordt behandeld. "Vgl. Léon— Vos no. 3, en Léon—Heyman no. 7 op art. 238 Gem.wet, alsmede Oppenheim I, 3e ed. p. 543—550. - Hier hing van de vraag of publiekrechtelijke behandeling doelmatig was, de wettigheid der verordening niet af.

S. Dat de doelmatigheid eener gemeenteverordening, alsmede de vraag of haar invoering gten uitstel kan leiden, alléén door het administratief gezag met kennis van zaken kan beoordeeld, — welk oordeel, ook als het ligt opgesloten in berusting door dat (hooger) gezag, moet geëerbiedigd door den rechter, besliste H. R. 26 Sept. 1848 W. 1028, R.spr. 31 § 71, v. d. Hon. G. Z. 8 p. 77.

Insgelijks, wat betreft het spoedeischende, naar aanleiding van art. 171 Gem.wet [ingevolge welk artikel, let men enkel op zijn redaktie, de wettigheid der verordening van de hier bedoelde omstandigheid afhangt], Ktg. Sliedrecht 5 Okt. 1865 W. 2747, en in appèl Rb. Gorinchem 14 Nov. 1865 "W. 1.1., G.st. 743 ').

!) Vgl. hierbij de opmerking in het Advies Raad v. State op het oorspr. Reg.-ontw. Weth. v. Adm. Rv., naar aanleiding van het toen aanhangige Ontw. Zondagswet, zie Bijl»». Hand". Tweede Kamer 1905—1906 no. 63 (2) p. 3 kol. 2 nt. 1 Die opmerking is m. i. niet juist. Vgl. ook no. 27 sub c hierna.

Sluiten