Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— M. i. geldt voor art. 171 Gem.wet gelijke redeneering als hiervóór p. 528—529 is gebezigd ten aanzien van art. 141 Prov.-wet voor het onttrokken zijn van het geschilpunt aan den rechter. Vgl. ook hierna no. 22 A sub b (2°) en (3°).

». Naar aanleiding van art. 193 tweede zinsnede, der Gem.wet .is beslist: in de eerste plaats dat een verordening kan getoetst aan die bepaling, voorzoover deze afkoop voorschrijft — zoo H. R. 27 Febr. 1899 W. 7248 p. 1, R.spr. 181 § 31, v. d. Hon.

G. Z. 44 p. 219, P. v. J. 1899 no 27, G.st. 2480, W. B. A. 2600 (contra O. M.) —, en in de tweede plaats dat de woorden „zooveel mogelijk" in die bepaling, als ziende op hetgeen gemeentebelang en plaatselijke toestanden toelaten, meebrengen dat aan het eindoordeel van den gemeentewetgever is overgelaten, hoe ruim, de gelegenheid tot afkoop moet opengesteld, zoodat de rechter niet kan onderzoeken, of de daartoe bij de verordening gestelde termijn te kort is. Zoo H. R. 29 Febr. 1904 W. 8042, R.spr. 196 § 45, P. v. J. 384, G.st. 2756, W. B. A. 2864. — Het geldt dus hier volgens den H. R. de vraag, wat het gemeentebelang gedoogt. — De wettigheid der verordening hing naar de redaktie der Gem.wet hiervan af, of het „zooveel mogelijk" was betracht. Vgl. hierna no. 22 A sub b (2°) j°. (3°).

De kwestie of de feitelijke vereischten in art. 193 eerste zinsnede genoemd, in een gegeven geval aanwezig zijn, is een andere dan de hier vermelde. Zie de jurisprudentie daaromtrent hierna in no. 24. Vgl. ook in no. 25 die betreffende art. 240 jis. 243 oud en 254 oud Gem.wet.

ÏO. a. Ten opzichte van waterschapsverordeningen schijnt de

H. R. zich niet altijd gelijk te zijn gebleven. Naar aanleiding van art. 1 wet 20 Juli 1895 Stbl. 139 overwoog H. R. 10 Mei 1909x) dat

x) Tijdens de korrektie nog in geen verzameling opgenomen. — Bij dit arrest is met het oog op den inhoud der wettelijke bepaling, welke het betrof, te vragen of de 11. R. niet enkel dacht aan de wenschelijkheid (noodzakelijkheid) dier bepaling ten opzichte van het waterschapsbelang, en dus niet aan de kwestie of de verordening, in plaats van dit belang, behartigde dat eener andere korporatie of de private belangen van ingelanden. Immers er schijnt

35

Sluiten