Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, roet R. 0. — Alg. Begins. XVII. 571

dat de rechter in zijn funktie van bedoeld politiek terrein verre blijft. Ook rechters zijn menschen. Dat zij vreemd blijven aan het maatschappelijk leven kan van hen niet worden verlangd; integendeel zou dit aan de goede vervulling van hun taak weinig bevorderlijk zijn. Doch, stellen zij inderdaad belang in hetgeen om hen heen voorvalt, dan kan ook van hen niet steeds verwacht dat zij een kwestie van louter partijpolitiek zullen beoordeelen zonder onwillekeurig van eigen partijstandpunt den invloed te ondervinden. ]) Geschiedde dit, wat zou er worden van den allereersten eisch, aan den rechter te stellen: zijn onpartijdigheid? En zelfs als het hem gelukte een objektief oordeel te vellen in zaken, die zoo moeielijk daarvoor vatbaar zijn, zouden de procespartijen het als zoodanig erkennen? Reeds de waarschijnlijkheid dat het vertrouwen in 's rechters onpartijdigheid niet zou stand houden, is m. i. voldoende om elke andere overweging te doen zwichten voor deze, dat de hier •aangeduide klip in elk geval moet worden ontzeild.'2)

Wie het voorafgaande heeft gevolgd, zal misschien meenen dat dit alles slechts argumenten kunnen zijn de iure constituendo, zonder beteekenis voor hetgeen thans rechtens moet geacht. Die meening zou m. i. onjuist zijn. Pleiten de aangevoerde redenen tegen opdracht van de beoordeeling der behoeften van het algemeen belang aan de bestaande rechterlijke macht, — zij zijn ook van

!) Men zal misschien analogie willen zoeken tusschen het hier gezegde en hetgeen de sociaal-demokralen beweren over «klasse-justitie». Maar er is een zeer groot onderscheid. Een onpartijdig oordeel in kwesties van partij-politiek is nagenoeg onmogelijk voor hem, die niet geheel buiten de partijen staat. Dit geldt echter niet, althans niet in die mate, van aangelegenheden, waarbij verschil tusschen rechter en belanghebbenden in stand, levensomstandigheden en opvoeding, altijd volgens de sociaal-demokraten, invloed heeft op de rechtspraak. En als van die zijde, waar mogelijk, pogingen worden gedaan om bij het volk het vertrouwen te schokken in 's rechters onbevangenheid, kan en mag dit geen reden zijn om in rechtspraak of wetgeving bij de bepaling van de rechterlijke taak, daarmee rekening te houden, zoolang het over het algemeen bij pogingen blijft.

2) Vgl. ook de noot op p. 000—001.

Sluiten