Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XVII.

581

der administratie, die niet bona fide mocht zijn gegeven. Kon in een of ander geval worden' aangetoond dat de administratie willekeurigx) handelde, dan zou daarmee vast staan dat niet haar oordeel over hetgeen wenschelijk is in het algemeen belang haar gedrag bepaalde, en dus óók — moet de wet zoo opgevat dat bedoeld oordeel als vereischte is gesteld voor het optreden van het administratief gezag — dat door dit gezag aan de wet niet is voldaan. Dit schijnt wel eens over het hoofd te worden gezien. — Bij het vorenstaande vgl. de Mem. v. Toel. op het Ontw. 1905 Wetb. v. Adm. Rv. p. 14 v.b. Zie ook de eerste noot op no. 46, en no. 60 hierna. Vgl. verder G. A. v. Hamel in T. v. S. I p. 288 —289; Bernatzik, Rechtsprechung p. 46; Tezner, Die deutschen Theorieen p. 243, alsmede Preuss. Oberverwalt.gericht 12 Jan. 1903 Entscheidungen 42 p. 425, en 14 Dec. 1906 1.1. p. 374 (378—379).

B. In hoever heeft het hierboven onder A gezegde ook beteekenis voor de administratieve rechtspraak?

a. Het antwoord op deze vraag hangt voornamelijk daarvan af, hoe die administratieve rechtspraak is ingericht. Waar de administratieve rechter niet enkel de rechtsverhouding in geschil heeft vast te stellen, maar, ook al is er van dit laatste geen sprake, geroepen is de geheele zaak evenzoo te beslissen als de administratie zelf liad te doen, — daar zijn hem inderdaad twee funkties opgedragen: eigenlijke rechtspraak2), en daarnaast

!) «Willekeurigs en «partijdig» zijn geen synoniemen. Men kan zoowel partijdig als willekeurig beslissen, doch niet willekeurig — wel partijdig — oordeelen. Waar een wettelijk voorschrift tot het optreden der administratie als vereischte stelt haar oordeel dat zekere omstandigheid aanwezig is, wordt hieraan voldaan, ook al geeft de administratie een partijdig oordeel; maar niel, als zij willekeurig beslist, zonder dat blijkt van het harerzijds vereischte oordeel. — Soms echter is een bepaling zóó in elkaar gezet dat de rechter ook tegenover willekeur der administratie machteloos staat; vgl. no. 46 hierna.

2) Sommigen meenen dat vermenging van rechtspraak en administratie in handen van het administratief gezag geen werkelijke rechtspraak zijn kan. Vgl. Tezner, Die deutschen Theorieen p. 142 v. b. ja p. 294 nt. 199; v. Sarwey in Marquarusen I, ii, 1 p. 47 (zie mede het slot van zijn nt. 5 t. a! p.); S. van

Sluiten