Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

590

Inleid, wet R. O. — Alg. Begins. XVII.

op de taak van den rechter in deze niet van invloed zijn. Den rechter onderwerpt art. 79 lid 1 slechts de vraag of een bestaande aanspraak (rechtsverhouding dus) is miskend. Dientengevolge moet, waar bij wettelijk voorschrift het bestaan (hetzij het ontstaan, hetzij het voortduren) eener aanspraak, afhankelijk is gesteld van goedvinden of eindoordeel der Bank, dit door hem geëerbiedigd. Al zou de rechter meenen dat de Bank een aanspraak had behooren toe te kennen of handhaven, — waar zij krachtens haar wettelijke bevoegdheid anders heeft beslist, kan hij niet zeggen, dat ondanks die beslissing de aanspraak toch bestaat. Daarom verdient instemming — behalve wat betreft het dooiden C. R. over de toepasselijkheid van art. 79 lid 1 gezegde — de hier volgende motiveering van C. R. 30 Nov. 1906, reeds vermeld hierboven p. 585 nt. 1. De C. R. overwoog ongeveer aldus: De rechter heeft wel te beoordeelen of de in art. 29 lid 5 Ongev.wet gestelde vereischten voor de daar genoemde bevoegdheid der R. V.-Bank aanwezig zijn, doch niet de uitoefening dier bevoegdheid ; immers valt dit laatste niet onder art. 79 lid 1 der wet. De Raad v. beroep Rott. had juist art. 79 lid 1 anders opgevat, op grond der wordingsgeschiedenis van art. 29; vgl. Handn. T-weede Kamer 1899—1900 p. 334 kol. 1 v. o., p. 335 kol. 1 en kol. 2 v. o. — p. 336 jis p. 338 kol. 2 en 340 kol. 2. M. i. is de geschiedenis van art. 29 niet beslissend voor de interpretatie van art. 79 lid 1. Maar die laatste bepaling zegt iets anders dan de C. R. in 1906 er in las. Zij kent beroep toe, niet voorzoover de aanspraak van den verzekerde niet is erkend, maar voorzoover hij vermeent dat zijn aanspraak niet is erkend. Daarom viel hier het ingestelde beroep weldegelijk onder art. 79. Dit neemt echter niet weg dat, nu art. 29 lid 5 in het daar omschreven geval aan de Bank de bevoegdheid geeft tot vervallenverklaring (geheel of voor de helft) van het recht op rente, dit laatste recht niet meer bestaat, voorzoover van bedoelde bevoegdheid gebruik is. gemaakt, — zoodat alsdan ook, al is het beroep van den verzekerde ont-

Sluiten