Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

600

Inleid, wet li. 0. — Alg. Begins. XVII.

Maar welk antwoord op de hierboven blz. 593 gestelde vraag ook moge worden gegeven, — bij een administratieve rechtspraak, van de administratie onafhankelijk, zal in elk geval moeten gezorgd dat het vertrouwen op de onpartijdigheid van den rechter niet hierdoor wordt verminderd dat men hem uitspraak zou laten doen in politieke of religieuse kwesties; vgl. hierboven p. 570—571 en hierna no. 56 sub a ')•

verdei' nog het bij de behandeling der Belemmeringenwet van 23 Mei 1899 Stbl. 129 opgemerkte, in v. d. Hoeven Wetgeving, op die wet p. 14, 18, 26, 35, 38—39,42, 48—49, en daarbij Buys in Hand. Jur. Vereen. 1891 I p. 91—93, en Schepel, geciteerd p. 557 hiervóór. Het gold daar doelmatigheidskwesties, maar niet de vraag wat doelmatig is voor zeker openbaar belang, ter behartiging opgedragen aan de administratie, — doch die, welk van twee openbare belangen het zwaarst moet wegen. Tegen admin. rechtspraak over deze laatste vraag door den rechter der ontwerpen van 1905 kan evenzeer het hier in den tekst gezegde worden aangevoerd.

!) Krabbe, Admin. Rechtspr., nt. 2 op p. 105 merkt op dat ook in politieke aangelegenheden admin. rechtspraak noodig is. Aan dien zoo algemeen gestelden eisch is m. i. echter slechts te voldoen — afgezien van de hier niet bedoelde belangen-rechtspraak, zooals die art. 70 Grw. aan de Kroon opdraagt voorzoover, gelijk b.v. in zake geloofsbrieven, de politieke overtuiging niet behoeft mee te spreken bij de te geven beslissing. Ook ten aanzien van den — niet tot de administratie behoorenden — administratieven rechter is behartigenswaardig, wat Thorbecke, Bijdrage p. 86 v. o. zeide van den burgerlijken. Waar hij rechtspreekt, mag hij «nimmer zelfs in verdenking eener politische kleur of partijdigheid komen. Hij kan niet als regter in de regering worden gemengd, of het Gouvernement zal zich bij de benoeming door politische inzigten laten leiden, en de burger den waarborg eener zuivereregtsbedeeling verliezen». — Vgl. ook Krabbe zelf 1.1. p. 99 v. o., waar hij zich zelfs te sterk uitdrukt door te zeggen dat het nooit de taak van den rechter zijn kan het administratief beleid te beoordeelen; vgl. hieronder sub g.

Gewezen worde hier op beslissingen als die van het Pruisische Oberverwalt.gericht van 14 Dec. 1899 Entscheid. 36 p. 403, en van 12 Jan. 190G 1.1. 48 p. 415 (over een gedenkteeken, respektievelijk een krans voor de slachtoffers der revolutie van 1848), — die van 16 Mei 1902 1.1.41 p. 432 (over de Deensche kleuren in Sleeswijk), — die van 19 Jan. 1903 1.1. 43 p. 300 (303) (over een tooneelstuk als strijdig roet den Christelijker; godsdienst en de openbare orde), — en die van 15 Mei 1908 1.1. 52 p. 290 (over lijkverbranding). — Wie het met zulke beslissingen niet eens is, zal er (en geheel ten onrechte?) allicht in zien

Sluiten