Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

■602

lnleicl. wet R. 0. — Alg. Begins. XVII.

eener algemeene regeling der administratieve rechtspraak als thans aanhangig is. Vgl. ook de noot op blz. 641 hierna. Onzekerheid zal op dit punt meermalen kunnen bestaan, en daar de tegenwoordige jurisprudentie geen waarborg geeft voor hetgeen de administratieve rechter der toekomst zal doen, schijnt het gewenscht die onzekerheid op te heffen door een wetsbepaling.

Mocht men deze willen in den zin dat de administratieve rechter enkel daar het oordeel der administratie zal hebben te eerbiedigen, waar de wet het met zooveel woorden zegt, dan zou men hiertoe misschien in het Ontw. I 1905 aan art. 172 (respektievelijk aan art, 173, als nl. deze bepaling naast art. 172 noodig wordt geacht) kunnen toevoegen een nieuw lid van den volgenden inhoud: Een voorschrift wordt voor de toepassing van dit Wetboek slechts dan geacht de strekking te hebben, in het vorig lid bedoeld, indien en voorzoover het uit zijn bewoordingen naar haar grammatikale beteekenis is af te leiden '). — In dit

i) Zulk een bepaling zou neerkomen op een verbod om bij de toepassing van het Wb. v. Adm. Rv. voor de hier bedoelde voorschriften de hierboven (p. 572—573) verdedigde vrije interpretatie te volgen. En bij gemis van verdere wettelijke regeling zou dan, dunkt mij, voorzoover het op p. 563—565 gezegde niet geldt, het stelsel zijn aanvaard, door v. Idsinga op dit punt voorgestaan; zie v. Idsinga, geciteerd hierboven p. 563 in de eerste noot, en p. 564, mede in de noot. — Echter is de hier in den tekst ontworpen bepaling niet in strijd met het andere stelsel, p. 603— 604 hieronder ontvouwd, als dit in de wet wordt opgenomen. Maar al is zij bestaanbaar naast het voorgeslagen art. 2 c R. O., zij heeft dan niet meer het effekt de beleidskwestie op te lossen. En in dat geval wordt het de vraag of het voordeel, gelegen in meerder rechtszekerheid, de moeite zal loonen, verbonden aan het hier (p. 603 v. b.) bedoelde omvattend onderzoek, alle administratieve wettelijke voorschriften betreffend, en des noodig gevolgd door de wijziging hunner redaktie. Ook behoort de wetgever niet zonder noodzaak den rechter te beperken in de wijze van wetsuitlegging.

Overigens is het hier in den tekst aangegeven nieuwe lid van art. 172 opgesteld met het oog op de redaktie van het Ontw. 1905. Daartegen worden in no. 45 sub a hierna bedenkingen geopperd. Een wijziging als daar aanbevolen zou meebrengen dat, acht men het hier besproken voorschrift wenschelijk, ook dit eenigszins anders zou moeten luiden.

Sluiten