Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

614

Inleid, reet li. O. — Alg. Begins XVIl.

litteratuur over de in het vorig no. 22 alsmede in no. 45 hierna besproken kwesties, welke, in hoofdzaak betrekking hebbende op de administratieve rechtspraak, ook voor die in burgerlijke en strafzaken, niet zonder belang is:

Buys, De Grondwet II p. 326—332 = Bij dr. St.-Best. 28 p. 92—99; dezelfde in die Bijdr. 29 p. 86—89, 92, en in Hand. Jur Vereen. 1891 I p. 83—94; J. A. Levy, Admin. Rechtspr. (1886) p. 15—16, 25, 43—46, 125-126, 130, 134, 185, 192—195, 237—239, 314; vgl. ook de polemiek tusschen Buys en Levy in W. 5404 p. 4, 5407 p. 4, 5409 p. 4, 5411 p. 3, 5413 p. 4; L. de Hartog in Themis 1891 p. 412—418; C. Backer (p. 441 hiervóór geciteerd) p. 429—430; G. A.'v. Hamel in T. v. S. I p. 287—291; W. A. C. de Jonge in Bijdr. St.-best. 14 p. 275—276; A. R. Arntzenius 1.1. 23 p. 286, 298, en in Themis 1902 p. 490—509; J. W. H. M. v. Idsinga in Bijdr. St.-Best. 29 p. 389—401, 1.1. de noot op p. 406—408, p. 409—412 en 416—425; dezelfde, De Admin. Rechtspr. en de Constitut. Monarchie I (1893) p. 25—82, en II (1896) p. VIII—X, p. XIV—XVI; dezelfde, Het Verslag van de Staats-Commissie voor de Adm. Rechtspr. (1899) p. 12—21, en in Themis 1903 p. 1—18. Vgl. verder art. 14 lid 2 van het wetsontwerp tot uitvoering van art. 154 Grw. der Staatscommissie van 1891 (1894), en —over de regeling van het Ontw. 1905 Wetb. v. Adm. Rv. — Red. in W. 8310 jo. 8308. Zie van dit ontwerp artt. 171—173 en 184—185, waarbij vgl. de Mem. v. Toel. op die artikelen, alsmede in §§ 6, 8, 9 en 32. Zie ook Bijl". Hand". Tweede Kamer 1905—1906 no. 63 (2) p. 3 kol. 2 op artt. 138, 139 en 149 oorspr. Reg.-ontw. jo. 1.1. no. 63 (3) §§ 3, 4 en 11. Voorts J. A. Loeff (p. 1 hiervóór geciteerd) p. 108—114; H. Vos (mede t. a. p. geciteerd) p. 70—71, 157—160; dezelfde in Themis 1894 p. 531—533, en Admin. Rechtspr. (1901—1902) p. 295 —302 en 317—321 jis. p. 107—108 (= W. B. A. 2779, 2783 jo. 2710). Zie ook W. B. A. 2899 p. 1. Vgl. mede de polemiek in W. B. A., vermeld in het vorig no. 22 B in de tweede noot op p. 599. Zie ook W. B. A. 2744 (Vos, Adm. Rechtspr. p. 196—199). Verder H. Reuyl in R. Mag. 10 (1891) p. 207—208,1.1. 14 (1895) p. 66—94,

Sluiten