Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

630 Inleid, wet R. O. — Alg. Begins. XVII.

In Frankrijk besliste een arrest Hof Parijs van 4 Juli 1907 — zie W. 8583 p. 4 — dat het besluit van een prefekt, verklarend dat een huis gevaar oplevert (z.g. arrêté de péril), gevolgd door afbraak van het huis op last der administratie, — den huiseigenaar aanleiding geven kan tot een eisch van schadevergoeding tegen het departement wegens schending van zijn eigendomsrecht, in welke vordering wèl de burgerlijke rechter competent is, maar zonder dat deze mag beslissen over de nuttigheid en regelmatigheid van den getroffen maatregel, waarover eerst de administratieve rechter uitspraak heeft te doen. — Deze beslissing past geheel in het stelsel, door de Franschen aangenomen; vgl. de op p. 191 geciteerde schrijvers.

Bij het bovenstaande zie nog Buys in Hand. Jur. Vereen. 1891 I p. 85—86, en Kan in R. Mag. 16 p. 331—332 en p. 355—356.— Ygl. verder Arntzenius in Themis 1902 p. 507—508, naar aanleiding van art. 18 sub lo der Woningwet van 22 Juni 1901 Stbl. 158. Dit artikel wordt door hem gelezen, als stond er „kan worden'' in plaats van „wordt". Daardoor komt hij er toe hier een kwestie van schikken aanwezig te achten, waartoe de term „ongeschikt" in het artikel geen recht geeft. Vgl. v. Idsinga in Themis 1903 p. 16. — Weer andere gevallen zijn die van artt. 22 jo. 20 sub 2o der Woningwet. —Een voorbeeld, analoog aan het hierboven genoemde, geeft Arntzenius in Bijdr. St.-best. 23 p. 298 v. o. (verbod in het belang der openbare gezondheid tot bebouwing van moerassige terreinen).

Bij dit no. 34 zie ook no. 46 hierna.

35. De beoordeeling der vraag, of aanwezig zijn de in art. 16 der wet van 12 Juli 1855 Stbl. 102 [nu art. 52 wet 10 Nov. 1900 Stbl. 176] genoemde omstandigheden, (o.a. niet behoorlijke medewerking van beambten, en het niet zorgen voor hun vervanging), bij welker bestaan aan Ged. Staten is opgedragen een ambtenaar tijdelijk aan te stellen, is uitsluitend aan dit college overgelaten. Hierop stuit af de bewering van een ingeland dat zijn deel in den omslag, bedoeld in art. 12 der wet van 1855 [art. 48 wet 1900] door een onbevoegde is ingevorderd, —

Sluiten