Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

636 Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XVII.

gebaat was, op grond waarvan eischer zich gerechtigd achtte terugbetaling te vorderen), — is bij de wet uitsluitend gelegd in handen van den Raad, onder goedkeuring van Ged. Staten [vgl. artt. 136, 194a en 200 Gem.wet], zoodat de rechter hiertoe niet is geroepen, terwijl hem ook alle gegevens daarvoor zouden ontbreken. — In dien zin Hof Amst. 2 Jan. 1905 W. 8205, G.st. 2799 sub 5°, W. B. A. 2920. — Omtrent deze beslissing is te vragen: 1°. of de bedoelde gegevens dan den rechter niet zouden kunnen worden verschaft; en 2°. of het Hof hier niet verwart de kwestie of een geldleening al dan niet behoort te worden aangegaan, welke vraag staat ter- uitsluitende beoordeeling van het administratief gezag, — met die of een reeds aangegane leening ten voordeele der gemeente is geweest. De eerste kwestie is er een van doelmatigheid, bij de tweede komt het enkel aan op waardeering der feiten. Overigens was de boven geciteerde overweging van het arrest overbodig, daar de ingestelde eiscli steunde op geldleening, en het Hof aannam dat geen rechtsgeldige geldleening tot stand was gekomen, op welken grond de vordering niet toewijsbaar was.

44. Ten aanzien van een maatregel van voluntaire jurisdiktie, te weten een door den President der Rechtbank verleend verlof tot conservatoir beslag, is beslist dat hierbij aan den President is het eindoordeel over het bij de wet geëischte begin van verduistering, door Rb. Breda 2 Jan. 1849 W. 1001. Anders op dit punt Hof Drenthe 2 Maart 1867 W. 2991, R. B. 1869 p. 755. Zie ook laatstelijk Hof Amst. 23 Okt. 1908 W. 8815 p. 1—2.

"Vgl. over de vraag, inh oever de Rechtbank de rechtmatigheid van een door flen President verleend verlof tot beslaglegging heeft te onderzoeken, hiervóór p. 451 sub d.

45. Naar aanleiding van de in deze § 3 weergegeven beslissingen, alsmede van de litteratuur, in nos. 23 j°. 22 B sub f hiervóór geciteerd, voorzoover daarmee verband houdend, —het volgende:

a. Waar het wettelijk voorschrift, dat in aanmerking komt, zelf het oordeel der administratie over de aanwezigheid van eenige

Sluiten