Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. O. — Alg. Begins. XVII.

641

wijze van regeling in de verordeningen, doch blijft de beslissing over haar materieelen inhoud aan dengeen, die de verordening vaststelt.

Vgl. bij het hier gezegde ook het volgend no. 46, en no. 65 hierna.

b. Waar noch uit de bewoordingen, noch uit andere gebruikelijke en duidelijk sprekende interpretatie-middelen1) blijkt, dat iemands subjektief oordeel omtrent eenige in een wettelijk voorschrift genoemde omstandigheid, naar de ware bedoeling van dit voorschrift, het eigenlijke vereischte is voor de rechtmatigheid van het optreden der administratie, — zal ook de rechter aan zulk oordeel niet gebonden zijn, en zelfstandig hebben te onderzoeken, of de in het voorschrift voor de zooeven gezegde rechtmatigheid vereischte gegevens aanwezig zijn. Dit althans, tenzij speciale redenen kunnen worden aangevoerd, waarom bedoeld

!) Daartoe kan behooren de kennelijke strekking eener wetsbepaling. Zie voorbeelden bij G. A. van Hamel in T. v. S. I p. 287—288, en in diens geest voor art. 41 Sv. H. R. 8 Maart 1909 W. 8837, P. v. J. 841 p. 1—2; vgl. ook denzelfde, Inleid. Ned. Strafr. 2e ed. p. 289 v. b. — Zie mede Prins (p. 454 hiervóór geciteerd) p. 7—8 en 25—26. Vgl. ook W. Jellinek, (p. 443 geciteerd) nt. 3 op p. 57—58. — M. i. is het hier in den tekst bedoelde geval ook aanwezig, als ter sprake komt de wettigheid eener beslissing van de Kroon of Ged. Staten, waarbij een besluit werd vernietigd wegens strijd met de wet. Die wettigheid zou n.1. m.i. voor den admin. rechter niet kunnen bestreden op bewering dat bedoelde strijd met de wet niet bestond, — evenmin als aantastbaar zou zijn de vernietiging wegens strijd met het algemeen belang, op ontkenning van dien laatsten strijd. De samenkoppeling toch dezer twee vernietigingsgronden in de betrekkelijke wetsbepalingen toont m.i. dat zij voor beide gronden moeten uitgelegd als stond er: naar het oordeel der Kroon (resp. Ged. St.). Zoo vatte ook de Regeering van 1848 art. 133 Grw. 1848 op, zie Voorduin .... Grw. (1848) p. 331 sub Vlf. Vgl. hiervóór p. 351 (no. 80). Anders voor vernietiging wegens strijd met de wet, laatstelijk Reuyl in R. Mag. 25 p. 250. — Vgl. hierbij §§ 20 no. 2 en 33 der Mem. v. Toel. op Ontw. 1905 Wb. v. Adm. Rv. — Een nadere regeling van bedoeld punt komt mij ter vermijding van twijfel wenschelijk voor. De Grondwet van 1887 laat, behoudens haar art. 145 lid 2, den wetgever hierin vrij. — Ten opzichte van strijd met het algemeen belang vgl. het p. 603—604 voorgeslagen art. 2 c R. O. (bij redaktie: belangen van algemeen nut). Zie ook W. B. A. 3138, en no. 6 hiervóór.

41

Sluiten