Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, ivet R. 0. — Alg. Begins. XIX.

673

behoorend bevel ook niet geven, gelijk dat tot doorhaling van alle hypothecaire inschrijvingen bij een uitspraak van onteigening, of wel dat tot doorhaling van een op de openbare registers overgeschreven titel van aankomst van onroerend goed. Geeft de rechter zulk bevel wèl, dan begaat hij overschrijding van rechtsmacht. — Zoo H. R., arresten van 24 Nov. 1911 W. 9315, W. v. N. R. 2229, van 18 Febr. 1910 W. 8980 p. 1 kol. 1—2, R.spr. 214 § 21, P. v. J. 928, en van 9 Juni 1905 W. 8241, R.spr. 200 § 34, P. v. J. 484, W. v. N. R. 1864. — Vgl. in W. 9315 p. 2 de noot 2 van E. M. M(eijers).

In gelijken zin als de H. R. voor een bevel aan den bewaarder van de hypotheken en het kadaster tot doorhaling eener bestaande te-naamstelling: Hof Leeuw. 25 Maart 1908 W. 8683, P. v. J. 734, op dit punt vernietigend Rb. Leeuw. 25 Mei 1905 W. 8245—8246, P. v. J. 461—462 (vgl. Alg. Begins. XI nos. 18 en 31), waarbij bedoeld bevel was gegeven. — Evenals de H. R., ook voor een bevel aan den hypotheekbewaarder tot wijziging eener te-naamstelling, Hof'sGrav. 26 Maart 1906 W. 8402, P. v. J. 575, W. v. N. R. 1943, vernietigend Rb. Rott. 1 Mei 1905 W. 8357, P. v. J. 1.1., W. v. N. R. 1898, waarbij was aangenomen dat de eisch steunde op een wettelijk voorschrift, hetgeen het Hof ontkende, van meening dat art. 3 lid 2 van het Kon. Besl. van 8 Aug. 1838 Stbl. 27 geen verbetering wil eener inschrijving, maar een nieuwe inschrijving. — De ambtenaar was hier partij in het geding, niet echter in de voormelde procedures bij den H. R. en bij Rb. en Hof Leeuwarden. Evenmin in het geding, beslist door Rb. Rott. 20 Febr. 1911 W. 9183, na nietigverklaring van een verkoop van onroerend goed den hypotheekbewaarder gelastend het vonnis in de openbare registers in te schrijven en het onroerend goed weder te stellen ten name van hem, die volgens het vonnis als eigenaar was aan te merken,. — dit op overweging dat, nu de

was intusschen geen bezwaar o. a. voor Kb. Deventer 28 April 1875 W. 3888, bevestigd door Hof Arnhem '26 April 4876 W. 3984, waarheen de Inzender in W. 9194 verwijst.

43

Sluiten