Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

682 Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XIX.

ning van de Red., re- en dupliek van Levy en Red. in W. 6818 p. 1—2, en J. G. Schölvinck in W. 6823 p. 4.

9. In het Bijvoegsel van W. B. A. 2731 wordt sub Correspondentie gevraagd, of de politie ter executie van een vonnis, op het daarin vervatte rechterlijk bevel hulp heeft te verleenen bij de uitoefening van private rechten, als ouderlijke macht of maritaal gezag. De Red. wil dit hiervan laten afhangen, of bij genoemde uitoefening de openbare orde is betrokken. — Men kan zeggen : de rechter mag het bedoelde bevel enkel geven, als dat uit een wettelijk voorschrift volgt, en is dit laatste niet het geval, dan geldt ook hier hetgeen de H. R. bij zijn in no. 2 aangehaalde arresten overwoog. Intusschen kan in 'de wetsbepaling, die den rechter in dezen competent maakt, het hier vereischte wettelijk voorschrift worden gezien. Ygl. hieromtrent nader Molengkaaff in .Handn. Jur.-Vereeniging 1900 I p. 14—16 en speciaal p. 24, alsmede de daar vermelde jurisprudentie. Zie ook J. F. Houwing in W. v. N. R. 2086 en E. M. M(eijers) in W. 9315 p. 2 noot 2 op H. R. 24 Nov. 1911, alsmede in W. v. N. R. 2240 p. 571 kol. 1 v. b. ja. p. 572 kol. 1. Ygl. art. 374ebis lid 2 en lid 4 B. W. en art. 1 i. f. Regl. IV jo. art. 19 R. O.

8. Hof Amst. 30 Juni 1896 W. 6849, P. v. J. 1896 no. 66, G.st. 2349, W. B. A. 2467 overwoog, met vernietiging van Pres. Rb. Haarlem 19 Febr. 1896 P. v. J. 1.1., dat de rechter niet is geroepen tot het uitvaardigen van een veto tegen bestuursdaden. Het gold hier een bestuursdaad, waarvan de voorgenomen uitvoering aan belanghebbende was aangezegd; maar het Hof besliste dat hetzelfde geldt, als de daad een begin van uitvoering heeft gekregen. Overigens berustte de vernietiging der beschikking van den President nog op 's Hofs meening dat art. 289 B. Rv. niet toepasselijk is, waar geen rechtsstrijd is begonnen, en het slechts betreft vrees voor hetgeen geschieden zal, — alsmede op die dat het artikel niet kan worden ingeroepen tegen de toepassing van art. 180 Gem.wet. Instemmend met dien laatsten grond verwierp H. R. 15 Jan. 1897 W. 6919, R.spr. 175 § 11, v. d. Hon. B. R. 63 p. 29, P. v. J. 1897 no. 22, W. B. A. 2494

Sluiten