Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XX.

701

contract bij de daarin aangewezen Rechtbank '). Met het oog mede op de uiteenzetting in R. Mag. 1912 p. 423—425 (no. 17) moet m. i. worden gezegd dat de beantwoording dezer vraag enkel hiervan afhangt, of in het algemeen — d. w. z. afgezien van de wijze waarop art. 157 B. Rv. dit toelaat — het aan partijen vrijstaat om van de wettelijke competentie des Kantonrechters te prorogeeren op de Rechtbank, waaromtrent zie nader op art. 53 R. O. Mag dit geschieden, dan was hier de Rechtbank competent. Mag het niet, dan de Kantonrechter. Want, al was het contract, toen het tot stand kwam, geheel rechtsgeldig, en al werd het voor partijen niet krachteloos gemaakt door het feit dat de wettelijke competentieregeling later werd gewijzigd, — dit alles neemt niet weg dat de rechter zijn competentie niet kan ontleenen enkel aan een contract, zoo de wet, geldend bij den aanvang van het geding, dit niet toestaat.

C. De bij invoering der nieuwe coinpetentiewet hangende gedingen.

5. Over het ontbreken van Nederlandsche jurisprudentie, die er onmiddellijk betrekking op heeft, en over hetgeen indirekt is af te leiden uit de hierna in no. 13 te vermelden beslissingen, zie R. Mag. 1912 p. 436 (no. 23). — Over de in Frankrijk heerschende leer zie 1.1. p. 437—439 (no. 24 voor strafzaken, no. 25 voor andere gedingen) 2). —■ Over een arrest van het Hof van appèl te Brussel van 1887 en verdere buitenlandsche jurisprudentie zie 1.1. p. 439 v. o.—441 (no. 26). — Fransche en Belgische litteratuur zijn vermeld 1.1. p. 441 v. o.—444 (no. 27).

i) Art. I van de Overgangsbepalingen der wet van 13 Juli 1907 Stbl. 193 is m. i. ten deze niet toepasselijk. Vgl. ook de concl. O. M. vóór H. R. 21 Okt. •1909 W. 8911, R.spr. 213 § 4, R. Besl. Arb.ov. Ie Ser. p. 61, P. v. J. 889: «rechten en verplichtingen uit een overeenkomst» kan niet omvatten .... de bevoegdheid van den rechter. Art. Vil der wet van 13 Juli 1907 regelt dan ook niet zulke rechten en verplichtingen.

'-) liet aldaar in no. 25 aangehaalde arrest van 1837 is ook te vinden in SiREï's Hecueil 1898, 1 p. 441; vgl. de noot t. a. p.

Sluiten