Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

702

Inleid, wet R. O. — Alg. Begins. XX.

6. In W. 7254 p. 1 kol. 2 v. o. voor strafgedingen, en in W. 8550 p. 4 voor civiele processen, heeft de Redaktie de zienswijze gehuldigd dat de wet, geldend op het tijdstip van het uitbrengen der dagvaarding, de competentie blijft regelen, ook al wordt daarna de competentiewet gewijzigd. Zie daaromtrent nader R. Mag. 1912 p. 445—451 (nos. 28—30). Vgl. aldaar p. 451—461 (nos. 31—34) jis. p. 95—102 (no. 4), p. 107—111 (no. 7), p. 116—120 (nos. 10—11) en p. 125—131 (nos. 14—16) over de argumenten vóór en tegen de zooeven aangeduide zienswijze. Eerstbedoelde wegen m. i. het zwaarst, zoodat in den regel is aan te nemen dat de bij invoering der nieuwe competentiebepaling voor het aanhangig geding bestaande competentie, onder de nieuwe wet blijft voortduren '). Vgl. de in dezen geest aan een Fransche wet van 1908 door den Conseil d'Etat in zijn beslissing van 15 Nov. 1912 gegeven uitlegging. Zie deze beslissing in de Revue du droit public 30 p. 68 (70) en naar aanleiding daarvan Jèze 1.1. p. 61—71, 239—244, 257—258. Jèze acht in beginsel de nieuwe competentiewet toepasselijk ook op de bij haar invoering aangevangen gedingen. Hij bestrijdt Duguit (geciteerd p. 698 hiervóór) die de tegengestelde opvatting verdedigt. Het hoofdargument van Jèze is zijn constructie van de competentie. Vgl. daaromtrent R. Mag. 1912 p. 130 en 454 vlgg. jis. 107—109. Voor bedoelde constructie volgt Jèze overigens (m. i. ten onrechte) Duguit. Tegen hun beider theorie omtrent het overgangsrecht vgl. Bonnecase in noot bij Sirey 1914, 2 p. 146 kol. 3. Misschien zal men zeggen dat hij niet genoeg heeft gelet op de beteekenis der door Duguit gebezigde termen naar diens eigen uiteenzetting, Traité 1.1. I p. 5. Maar juist uit die uiteenzetting volgt m. i. dat de leer van Jèze c. s. niet opgaat, ook niet in het stelsel van Duguit, waarop zij berust. T. a. p. toch zegt D. dat de competentie is wat hij noemt een „situation légale ou objective" en niet een „situation individuelle [ou subjective]". Let men nu er

1) Over ile toepassing daarvan in liet geval dat liet grondgebied van den Staat is gewijzigd, vgl. R Mag. 1912 p. 461—465 (no. 35).

Sluiten