Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

706 Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XX.

aanbrengen der zaak. Die wel konden partijen toen overzien ; op haar grondslag bonden zij den rechtsstrijd aan. Het rechtsgeding is in zijn totaal verloop één samenhangend geheel, waarvan ieder deel een schakel vormt, Welke het begin met het eindgewijsde verbindt. Art. 57 Overgangswet van 1829 en verschillende [in het arrest nader aangeduide zuiver processueele] bepalingen zijn hiervan een uitvloeisel. Mocht men te dien aanzien al twijfelen wat den vorm van procedeeren aangaat, hier betreft het niet dien vorm, doch het al dan niet vatbaar zijn van een vonnis voor hooger beroep. Te dien opzichte nu is van gemeld beginsel het gevolg dat, als de wet geldend tijdens de dagvaarding of request niet, en die van kracht tijdens het wijzen van het vonnis wel, hooger beroep toelaat, het vonnis niet appellabel is, wat dus ook moet worden aangenomen voor de toepassing der Merkenwet (art. 13 lid 1 wet 30 Sept. 1893 Stbl. 146 oud j°. art. 12bis nieuw ; vgl. artt. 16 en 17 wet 30 Dec. 1904 Stbl. 284).

Zie naar aanleiding van de vraag, waarop de aangehaalde beslissingen betrekking hebben, en over die beslissingen zeil,

R. Mag. 1913 p. 236 v. o—253 (nos. 43—54) ').

§ +•

Invloed op de rechterlijke competentie en op de vatbaarheid van

vonnissen voor nadere voorziening, uitgeoefend door verandering der wetgeving, clie betrekking heeft op omstandigheden, welke naar de wet op de competentie of de vatbaarheid voor nadere voorziening, deze bepalen.

A. In het algemeen.

11. Het kan gebeuren dat de wet, die 's rechters competentie vestigt, respektievelijk die regelen bevat omtrent de vat-

!) Aldaar no. 43 ,j°. no. 44 de verschillende mogelijke oplossingen; no. 45 over het arrest H. II. van 1905 en nos. 49—50 speciaal naar aanleiding van het arrest Hof 's Grav. en de conclusie O. M. vóór den H. R. —No. 46 de meening van sommige Duitsche schrijvers en van onze Regeering bij de behandeling der

Sluiten