Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

728

Inleid, wet R. O. — Alg. Begins. XXI.

geciteerd) p. 165, op het punt van de civiele jurisdiktie betreffende aanvaringen in volle zee, alsmede over de daaromtrent op congressen voorgestelde ontwerpen tot internationale regeling ; vgl. R. Mag. 20 (1901) p. 345—347; 21 (1902) p. 621—622; 23 (1904) p. 629—630.

®. Mogen naar volkenrecht geschillen over de gagien van schepelingen en dergelijke, althans zoolang de betrokkenen nog deel uitmaken van de bemanning '), niet anders staan dan ter jurisdiktie van den vlag-Staat'? Ook dit schijnt te moeten worden ontkend. Zie hierover Jur. D. I. P. no. 37.

ÏO. Beweerd is dat naar volkenrecht (ook afgezien van art. 5 traktaat 's Gravenhage d.d. 12 Juni 1902, Kon. Besl. 15 Juni 1904 Stbl. 121) voor vorderingen betreffende den persoonlijken staat der individuen uitsluitend competent zou zijn de rechter van het land, welks materieele wetgeving dien staat beheerscht, veelal dus de wet der nationaliteit van de betrokkenen. In dien geest b.v. v. Ollmann, Yölkerrecht (1908) p. 379 v. o. Zie ook T. M. C. Asser, Schets van het Internat, privaat regt (1880) p. 88 en 105 (vgl. 1.1. p. 99—100), en H. Louis Israëls in W. 5121 p. 3—4. Anders Eyssell (in no. 7 geciteerd) p. 44—46. Er heerscht te dien opzichte soms begripsverwarring tusschen de gevolgen van het z.g. personeel statuut en de rechterlijke competentie ; vgl. daarover o. a. Laurent, Droit civil internat. 4 p. 101—102, en A. E. B(les) in W. 6681 p. 4 kol. 3. Zoowel de wetgevingen (o. a. § 606 der Duitsche Z. P. O.) als de jurisprudentie in het buitenland toonen dat de in den aanhef van dit no. 10 bedoelde bewering niet opgaat. Zie nader Jur. D. I, P. no. 38. Terecht dan ook wordt de hier ontkende stelling meestal niet aangenomen in onze rechtspraak. Ygl. Hof 'sGrav. 26 Juni 1912 W. 9393, overwegend dat de meening, als zou de Nederlandsche rechter niet bevoegd zijn tot ontbinding van een huwelijk tusschen vreemdelingen in het buitenland gesloten, op geen enkelen deugdelijken grondslag berust. Zie ook een

!) In de zaak, berecht dooi' Rb. liott. 20 Juli 1841 W. 215, waren de schepelingen door den kapitein afgedankt.

Sluiten