Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

730 Inleid, toet Ti. O. — Alg. Begins. XXI.

v. o., en verder de schrijvers, aangehaald in Jur. D. I. P. no. 39, alwaar zie mede het betoog dat we hier te doen hebben met een volkenrechtelijken regel, steunend op dezen rechtsgrond dat de rechter van den eenen Staat geen gezag mag uitoefenen over het territoir van den anderen zonder diens toestemming, ook niet bij een deklaratief vonnis dat, indien het materieel onjuist is, feitelijk constitutief werkt, en daardoor dan een beschikking inhoudt over het onroerend goed. Ygl. t. a. p. no. 40 over het ongeoorloofde van prorogatie der rechtsmacht van een anderen rechter dan dien van den Staat, in wiens gebied het goed ligt, voor de hier bedoelde vorderingen '). Zie voorts t. a. p. no. 41 over de wijze waarop in deze materie is te bepalen, wat als onroerend goed, en wat als zakelijke vordering moet worden aangemerkt. Niet naar de lex fori is dit te beoordeelen, doch naar den volkenrechtelijken rechtsgrond van den hier bedoelden regel. Die rechtsgrond brengt m. i. mee dat de regel is te beperken tot hetgeen van nature onroerend is, en uit te breiden tot die gemengde vorderingen, voor welke gelijke rechtsgrond aanwezig is, zooals die tot afpaling van grenzen. (Niet echtei valt er onder de hereditatis petitio, tenzij daarbij enkels) buitenlandsch onroerend goed wordt opgeëischt). Dientengevolge is art. 126 lid 10 B. Bv. restriktief uit te leggen voor het geval dat het onroerend goed in het buitenland mocht liggen. — Yan een vordering tot vernietiging der doorhaling eener hypotheek nam Rb. Maastricht 24 Nov. 1892 W. 6465 aan dat zij is zakelijk, en daarom de Rechtbank, binnen wier gebied het goed ligt, competent, ook in een geschil tusschen vreemdelingen niet in Nederland wonend noch verblijvend. Dit vonnis gold niet een

1) Zie over de vraag, inhoever prorogatie van buitenlandsche jurisdiktie in het algemeen toelaatbaar is, op art. 1 R. O. sub G no. 26.

2) Behalve in dit ééne geval is m. i. de Nederlandsche rechter competent naar den maatstaf onzer wet, doch zal de hereditatis petitio niet-ontvankelijk zijn, voorzoover zij mede strekt tot oplevering van buitenlandsch onroerend goed. Dit omdat m. i. de toewijzing eventueel een beschikking over dat goed zou kunnen insluiten.

Sluiten