Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. O. — Alg. Begins. XXI.

735

valsche rijksdaalders aan boord van een vreemd schip (door een niet-lid der bemanning, indien het is een oorlogsschip) is niet krachtens volkenrecht aan onze jurisdiktie onttrokken >). Evenmin b.v. een aanslag op het leven van een lid van ons koninklijk huis, door een niet exterritoriaal persoon gepleegd op een vreemd schip, zelfs in volle zee. Hetzelfde geldt b.v. voor de toepassing van art. 5 no. 1 Swb. ten opzichte van een Nederlander (niet behoorend tot de bemanning van een vreemd oorlogsschip ; vgl. hierna no. 20 sub a en Jur. D. I. P. no. 75), die aan boord van welk schip ook, buiten ons gebied, onze Koningin beleedigt. — En onder art. 2 Swb. vallen b.v. alle delikten aan boord van een vreemd oorlogsschip door niet-leden der bemanning in ons Europeesch watergebied begaan 2), n.1. als men voor zulke schepen zelf niet de fiktie van exterritorialiteit aanneemt, gelijk vaak, m. i. ten onrechte, wèl geschiedt. Vgl. op dil laatste punt hierna no. 17 en Jur. D. I. P. nos. 49—54. Maar ook bij aanvaarding van de bedoelde fiktie zou, met het oog op art. 5 no. 1 Swb., de Nederlandscbe rechter jurisdiktie hebben, b.v. voor het misdrijf van art. 100 Swb. door een Nederlander begaan

een buitenlandsche haven, — voor Nederland ongetwijfeld bevestigend is te beantwoorden. Een volkenrechtelijke uitzondering is er niet. Ten overvloede zij opgemerkt dat dit niets te maken heeft met de vraag of de inhond van liet 11ansehe avis du Conseil d'Etat van Okt./Nov. *1806 als volkenrecht is te beschouwen. Aangaande art. 3 Swb vgl. nog Tasset (mede in no. 3 hiervóór geciteerd) p. 256-257.

Ten opzichte van art. 3 Swb. en art. 25 Sv. wordt in W. 8634 p. 4 door de lledaktie gezegd dat deze bepalingen h. i. niet toepasselijk zijn op luchtschepen. Dit hangt enkel af van de uitlegging te geven aan het woord «vaartuig» in genoemde artikelen. Vgl., naar aanleiding van § 10 der Duitsche Strafproz.Ordnung, Meili (p. 732 nt. 2 geciteerd) p. 425 v. b. sub 40. ja. p. 424 sub II.

!) Vgl. het feit gerelateerd door Meili 1.1. p. 329 Anm. 1. Iets dergelijks als het daar bedoelde zou zich kunnen voordoen met Nederlandsche munt op een vreemd oorlogsschip.

Over hetgeen naar volkenrecht geldt ten aanzien der bemanning van vreemde private schepen in ons watergebied vgl. hierna no. 41. Ten opzichte van die der vreemde publieke schepen, andere dan oorloggsschepen of daarmede gelijkstaande, zie Jur. D. I. P. no. 258; vgl. ook 110. 259.

Sluiten