Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

744

Inleid, wet R. 0. — Alg. Begins. XXI.

algemeen, in verband met het karakter der exterritorialiteit als instelling van volkenrechtelijke openbare orde, en 1.1. p. 278 over afstand bij geschillen betreffende bestuursdaden, waarbij in noot 787 mede wordt aangeroerd de wijze van procedeeren, indertijd gevolgd in de zaak, berecht door Rb. Middelb. 12 Febr. 1902 W. 7812. — T. a. p. no. 100 over de vraag of de afstand kan geschieden vóór het aanhangig worden van een proces. —Bij no. 101 t. a. p., dat spreekt over een afstand, die blijkt uit concludente handelingen, vgl. als voorbeeld in de Nederlandsche jurisprudentie der laatste jaren: Rb. Rott. 4 April 1910 W. 9076, in appèl Hof 's Grav. 29 Dec. 1911 W. 9329. — No. 102 t. a. p. vermeldt voorbeelden, waarin ten onrechte vrijwillige onderwerping is aangenomen op grond van beweerdelijk concludente handelingen, welke dit echter inderdaad niet waren. — T. a. p. no. 103 over de ontoelaatbaarheid'van een verstekvonnis. tegen een exterritoriaal persoon. Ygl. de overweging ten opzichte deiabsolute competentie in het, overigens niet op de exterritorialiteit betrekking hebbende, vonnis Rb. Amst. 27 Febr. 1911 W. 9262, dat hij, die voor een onbevoegden rechter niet verschijnt, niet kan worden gerekend zich aan de rechtspraak van dien rechter te hebben onderworpen. — No. 104 t. a. p. handelt over het optreden als eiécher door een exterritoriaal persoon. No. 105 over de vraag of, en inhoever, dan tegen zulk een persoon een vordering in reconventie geoorloofd is. Verder t. a. p. nos. 106—111 ') over de vraag of voor geldigheid van den afstand noodig is de toestemming der betrokken Regeering. ATan deze laatst geciteerde nos. handelt no. 107 speciaal over de kwestie of bedoelde toestemming noodig is voor het instellen eener civiele vordering, no. 108 over de toestemming tot afstand in strafzaken, no. 109 over die toestemming voor leden-van het officieele gevolg der gezanten, no. 110 dito bij gezinsleden en

ij T. a. p. in de noten 704 en 792 worden vonnissen vermeld vanRb.Seine d.d. 4 April 1906, vgl. W. 8429 p. 4 kol. 2 v. o., d.d. 23 Maart 1907, vgl. W. 8529 p. 4 kol. 3, en d.d. 18 Nov. 1907, vgl. W. 8638 p. 4.

Sluiten