Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Inleid, wet R. 0. —: Diverse onderwerpen.

759

en 1914—1915 no. 47 (1°.) p. 68—72, 102. —Vgl. voorts Hand". Tweede Kamer 1913—1914 p. 886—887 en p. 900 kol. 2 (Sannes en v. Wijnbergen). — "Verder: R. Mag. 25 (1906) p 225; Tijdschr. voor Strafr. 20 p. 408—413, 25 p. 490—491; L. v. Goudoever in W. v. N. R. 1902; H. J. Tasman in W. v. b. Not. 143, en in Soo. Weekbl. 1908 p. 217—218; W. B. A. 3080 '); H. Krabbe, Adrain. Rechtspr. (1901) p. 48—49; J. P. Fockema Andreae, Moderne Praetuur? (1907) p. 150 v. b. jis. 124—126; A. J. Mole Schnitzler, De tegenwoordige bestrijding der jury, diss. Amst. 1894. Voorts verschillende oudere geschriften (o. a. van J. D. Meyer) in de bibliotheek van het Departement van Justitie aanwezigen gekatalogiseerd onder Br. 2593. — Betreffende Ned. O.-Indië vgl. Verslag Indisch Genootschap, vergadering van 27 Okt. 1908, p. 10 en 19.

b. Duitsche litteratuur.

Archiv für Rechts- u. Wirtsch.philos. 2 p. 223—247; 5 p. 4-55— 465, 629—635; 6 p. 126; Schwering, Der Laie als Richter (1908: Beiheft van gemeld Archiv, dl. 2); D. Jur. Zeit. 1905 kol. 81— 92, 321—331, 615-620,678; 1906 kol. 471—473; 1907 kol. 527—529, 1177, 1179; 1908 kol. 26—33, 636, 721-728, 1051—1052,1257; 1909 kol. 12, 105—107, 194, 234—235,1186,1188 ; l,910kol. 51—53, 177—184, 335—338, 344—345, 1313—1318, 1393, 1452—1453; 1911 kol. 215-216, 267—268, 613-616, 962—966, 1294—1297, 1300—1306,1314—1316, 1327—1341, 1345-1348; 1912 kol. 786— 787; 1913 kol. 1068—1069; 1914 kol. 769—776. —Voor civiele zaken 1.1. 1910 kol. 1455—1457; 1912 kol. 12—13. — Vgl. verder (voor strafzaken) Protokolle des Kommission für die Reform des Strafprozesses (1905), en naar aanleiding daarvan het onder de auspiciën van Aschrott verschenen werk: Reform des Strafprozesses (1906). Ook Zeitschr. f. d. ges. Strafrechtswiss. 29

x) Vgl. ook W. B. A. 3140, 3141, alwaar de Redaktie m. i. minder gelukkigis in haar argumentatie. Om aan te toonen dat leekenrechtspraak het gevaar oplevert van miskenning der wet (wat trouwens wel niet zal worden betwijfeld), haalt zij een voorbeeld aan uit de praktijk, waarvan het nog de vraag is, of' toen de wet wel was miskend.

Sluiten