Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat heeft vader toch? Die vraag het haar niet los.

Hij had nauwelijks een blik voor haar gehad. Zij had hem zooveel dagen gemist. Nu miste zij nog daarenboven zijn vreugde bij het weerzien.

De wapenknechts en overige ongetrouwde burchtzaten gingen zoodra zij verzadigd waren.

Roswitha bleef ook niet lang.

Zij liep naar beneden, maakte Thor, een der groote wachthonden naast de binnenpoort, los en ging den burcht uit en in een wijde bocht om; een rotspad op en een rotspad af, den kleinen stroom over die de gracht van water voorzag en terug langs tante Gonda's ommuurden bloementuin.

Werktuigelijk duwde zij het poortje open.

De avond was klaar en licht. Zij kon de bloemen zien.

Zij had er dien ochtend geplukt, groote ruikers die zij had vastgehecht aan de stijlen van haar vaders ledikant, boven de rugleuning van zijn zetel op zijn lievelingsplek bij het venster. En neergelegd op zijn plaats aan tafel.

Hij had ze te nauwernood opgemerkt.

Als zij nog wat bloemen plukte en bij Godelieve bracht?

De ontvangst van haar kant was al heel weinig hartelijk geweest, vervuld als zij was met haar vader.

Het volgend oogenblik was zij in den tuin.

Toen naar huis, Thor vastgelegd, aan de bron op het binnenplein den kroes met water gevuld voor de bloemenen naar Godelieve's kamer.

Jonkvrouw Gonda kwam juist daaruit met bezorgd gelaat, maar keerde bij het zien van Roswitha met deze terug.

Roswitha zette haastig haar bloemen neer.

Godelieve was niet bleek meer.

Onrustig, gewekt uit haar eersten sluimer. Zij zat overeind, wierp het dek weg en hijgde naar adem.

Zij wilde het bed uit.

Maar Roswitha had al met haar nog vochtige koele handen

Sluiten