Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Vader en Wolf kennen hem ook, Godelieve," fluisterde Roswitha.

Zij kreeg geen antwoord.

Godelieve zat op de bank achterover gezonken tegen de leuning, marmerbleek, de oogen zonder blik.

Verschrikt nam Roswitha haar kille slappe handen tusschen de hare, wreef en streelde ze, riep haar zacht bij haar naam, steunde haar hoofd op haar schouder, kuste haar klam voorhoofd.

Godelieve bleef koud en wezenloos.

— Godelieve," smeekte zij nog eens.

De stemmen achter den muur klonken klaarder en zwaarder in het snel neervallend duister.

Duurde Godelieves onmacht niet heel lang ?

Om hulp roepen ?

Alle hoofden van de sprekenden op de kaatsbaan zouden boven den muur kijken.

Er was iets dat Roswitha weerhield: het gevoel dat zij een geheim moest helpen behoeden.

Dien nacht vóór Godelieves bed; Godelieves angst; haar wanhopig: „zij komen!" haar wilde vrees.... En later haar raadselachtige teruggetrokkenheid. Haar vaders strakheid bij Godelieves komst op den Valkenburcht.... En tante Gonda's bezorgdheid! Tante Gonda en vader in haar vaders kamer .... Christen- en ridderplicht: „mocht iedereen dat zoo duidelijk gevoelen als wij beiden," had tante Gonda gezegd.

Godelieve de dochter van den vogelvrij verklaarde! De dochter van een vijand van den Keizer en het rijk?

En beschermd door haar vader!

Kon het zijn! ?

Haar handen werden bijna even koud als die van Godelieve. Zij boog haar gloeiend hoofd over dat van de nog altijd bewustelooze.

Sluiten