Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Ik vraag de jonkvrouw om vergeving," viel de jonge edelman haastig in, „ik wilde niet storen."

Roswitha kleurde.

— O neem het niet kwalijk," zeide zij gul. „Ik ben voor de eerste maal van huis en het groote en ongewone is wat veel voor mij."

— Ridder Ruprecht behoort tot de onmiddellijke omgeving van den Keizer," merkte haar vader aan met een glimlach.

Nu was zij geheel en al oor, al dwaalden haar oogen nog dikwijls af naar den kant waar de Keizer aanzat! Het gesprek kwam op gang. Het lange banket was om eer zij daaraan dacht, en toen ridder Dagobert haar in een nevenzaal bij gravin Bernsdorff bracht, totdat de tafel weggeruimd en de feesthal in een danszaal zou herschapen zijn, volgde ridder Ruprecht haar, haalde haar een tabouret, en bewees haar al de kleine diensten welke de hoffelijkheid dier dagen voorschreef.

De gravin was omringd door groepen jongelieden. Hedwig was daar, ook de jonkvrouw met wie Roswitha had kennis gemaakt, Ehrenfried, en de „ridder met de bloem," zooals zij hem in stilte noemde, en nog vele anderen die gaandeweg aan haar werden voorgesteld,

Zij schoof haar tabouret naast den zetel der gravin, peinzende op een middel om het verzoek voor een dans van den ridder, die haar hoe langer hoe verwaander voorkwam, te ontduiken. Dat de andere jonkvrouwen hem gaarne mochten en zijn oplettendheden op prijs stelden, bemerkte zij met verbazing.

— Zou het onbeleefd zijn als ik niet danste, lieve gravin?" fluisterde zij.

— Het zou zeker vreemd gevonden worden en uw vader

zal het niet graag zien dat gij u terug trekt Is het alleen om

aan een dans met ridder Nikolaas van Bolanden te ontkomen?" vroeg de gravin zacht terug.

En op Roswitha's bevestiging:

Sluiten