Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XV.

Twee dagen later verlieten ridder Dagobert en Roswitha Trier.

In langzame dagreizen ging het terug, 's Morgens vroeg op en bij gunstig weer ontbijt gebruikt waar een beschutte plek daartoe gelegenheid gaf; voor noen- of avondmaal en nachtkwartier ingekeerd in herberg of gastvrijen burcht

Te langzaam naar Roswitha's zin.

Zij verlangde naar huis. Het kwam haar soms voor dat zij onder zwaren droom leefde en niets tot klaarheid kon brengen van wat er in haar omging.

Thuis zou dat anders zijn.

Daar had zij tante Gonda met wie zij vrijuit kon spreken over wat haar beklemde; daar was Godelieve die zij vertellen kon van al het nieuwe dat in haar leefde.

Was de plotselinge overgang van het kalme leven op den Valkenburcht tot den stortvloed van nieuwe gewaarwordingen en indrukken in het woelige schitterende, en door het verblijf van den Keizer in wereldstad omgeschapen Trier tè veel, tè overweldigend geweest voor zijn kloeke sterke Roswitha ? vroeg ridder Dagobert zich dikwijls af onder de terugreis. Tè veel op eens? Hem was noch de verandering in Ehrenfrieds omgang in de laatste dagen ontgaan; noch Roswitha's vereering voor den Keizer en den jongen graaf Auersperg, noch haar angst en bezorgdheid op de markt, bij de ontsnapping van den gevangen ridder

Hij had de reis met opzet gerekt. Geen over vermoeienis voor haar op dit oogenblik.

Wolf deelde zijn bekommering. Wanneer Roswitha niet zoo met eigen gedachten was bezig geweest, zou zij dat bemerkt hebben.

7r

Sluiten