Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat niet, dat niet, Godelieve.... Je bent nog zoo jong En ik kan je niet missen."

— Het is geen verbindende kleeding. Een proeftijd duurt dikwijls maanden en jaren."

Maar Roswitha was niet gerustgesteld.

Beloof dat je niets zult doen zonder voorkennis van vader, tante Gonda of mij. Bedenk hoeveel onvoorzien kan veranderen en ten goede keeren."

Ik beloof voor zoover mij dat mogelijk zal zijn."

Wij m o g e n de toekomst niet vooruitloopen, maar moeten vertrouwend afwachten wat daarin voor ons is weggelegd," zegt vader Hubertus. Wij menschen hebben altijd haast;

wij hollen wat ons is voorbeschikt in den blinde voorbij En

bederven daardoor zooveel.... Je voelt nog geen roeping voor het kloosterleven, Godelieve... .Als dat zoo was, zou ik zwijgen.

Ik kom niet om je te bewegen mee te gaan. Daarop mag

ik niet meer aandringen na wat je gezegd hebt aan vader, die je heengaan betreurt en die voor je zal blijven zorgen en je blijven liefhebben. Je werd aan zijn hoede toevertrouwd. Vader en tante Gonda hebben mij voorgehouden dat ik niet verder mocht aandringen en je strijd verzwaren. Maar ik kan wel

eischen dat je mij niet zult loslaten. Ik doe het jou ook niet

Nóóit! Ik heb nooit een zuster gehad Je bent er mij

een geworden De wereld is zoo heel groot En zoo

leeg nu je weg bent."

— De wereld was heel vol te Trier "

Godelieve haalde glimlachend even Roswitha's brief te voorschijn en liet hem daarna weer in haar zak glijden.

— Mijn brief! O, wat had ik mij een vreugde voorgesteld om je alles te vertellen!"

Zij hadden zich neergezet op een bank, oog in oog, hand in hand. Roswitha's herinneringen kwamen los.

Godelieve luisterde en vroeg. Roswitha behoefde niet te vragen of Godelieve belang stelde in de Triersche reis.

Sluiten