Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Torens, en gevelspitsen en daken en kanteelen wit en zoo groot en forsch in hun witheid boven de witte helling

Geen spoor van menschenvoet of paardenhoef op weg en valbrug. ö

Zij keek er naar met teleurstelling.

Geen bezoek ? of had de sneeuw de sporen al bedekt ?

— Leg Thor vast, Joris," beval zij den jongen wapenknecht - die m de poortgang de wacht had.

Meteen zag zij op het binnenplein eenige haar onbekende ruiters.

— Bezoek, Joris?"

— Een bode van den Keizer "

Roswitha klopte en schudde de sneeuw af en was naar boven.

— Een groot heer; een Keizerlijke heraut voorop, zijn schildknaap en zes keizerlijke wapenknechten achter hem," had Joris er nog bij willen voegen.

Maar Roswitha liep in één ren de trap op, de gang door en de groote bovenzaal binnen, zonder verder te luisteren.

't Was snel donker geworden. Aan het hoofdeinde van de zaal, onder den ver vooruitspingenden mantel van de schouw, vlamden de dennenblokken en dennenappels lustig en hoog, en verlichtten dien kant van het vertrek.

Onder de schouw tante Gonda, haar vader en twee gasten, waarvan één in druk gesprek en op de eereplaats. Vóór beiden op de warme plaat een beker met tante Gonda's welbekenden geurigen gekruiden wijn.

Roswitha was zoo snel binnengekomen, dat de zittenden haar eerst opmerkten toen zij halverwege en in het verlichte gedeelte van de zaal was.

Ridder en schildknaap sprongen op.

De eerste kwam haar tegemoet.

— Graaf Auersperg!" riep Roswitha, terwijl zij hem de hand toestak en aankeek met blijde verbazing. „Is de Keizer wel?"

In goeden welstand en hij droeg mij een groet op voor

Sluiten