Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jonkvrouw Gonda volgde.

— Ik zal ongeveer vier weken noodig hebben om mijne mannen en paarden uit te rusten, en alles hier in goede orde achter te laten. Zullen wij te zamen reizen, ridder?" vroeg ridder Dagobert.

Graaf Auersperg die de zaal intuurde, streek met de hand over t voorhoofd en keerde zich tot zijn gastheer.

Ik vraag Uwe Edelheid om verschooning...."

Ridder Dagobert herhaalde zijn woorden.

Mijn last luidt. zoo kort mogelijke rust te nemen en dezelfde oproeping verder over te brengen. De wegen zijn slecht. Er zal nog veel tijd verloopen voordat de oproeping van den Keizer allen heeft bereikt en de benoodigde manschappen uitgerust zijn. En nóg meer tijd voordat Zijn Majesteit allen om zich vereenigd ziet. Hij wenscht gereed te zijn en in te grijpen zoodra het weder gunstiger wordt. De tijd is dreigend."

Hij zweeg een poos,

Bij mijn vertrek deed een gerucht de ronde dat vele vrienden van prins Hendrik zich tot de misnoegden neigen. Men beweert dat de prins inWurtemberg is gezien in de onmiddellijke

omgeving van den Falkenstein, waar graaf Eberstein zich ophoudt."

Ridder Dagobert richtte zich op met een schok.

— De zoon tégen den vader! met de misnoegden! Het zal een valsch gerucht blijken en niets meer."

— Prins Hendrik werd gemist op den Rijksdag "

— Gij hecht geloof aan een g e r u c h t, graaf!"

Pr*ns Hendrik is jong.... Hij deelt de grootsche, vèr-

reikende plannen van zijn vader nog niet De Keizer heeft

hem den laatsten tijd veel vrijheid moeten laten. Prins Hendriks vrienden zijn jong en heethoofdig "

— De Heiligen behoeden den Keizer voor zulk een slag," viel ridder Dagobert uit.

— Dat zij zoo!"

Sluiten