Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— Zoo zal de tocht lang duren," zuchtte Roswitha.

— Vermoedelijk wel," antwoordde de schildknaap luchtig.

Hij had nog nooit een veldtocht meegemaakt en stelde zich

dien voor als iets zeer begeerlijks. Jonge krachten zouden er kunnen schitteren.

Hij hoopte er de riddersporen te verdienen.

— Wij beleven ernstige tijden," hoorde Roswitha haar vader zeggen.

— Ernstige tijden," herhaalde vader Hubertus, „die zijn er altijd. Dat zijn de stormen die de lucht zuiver houden. Ze waaien nu hier, dan daar en laten niet af van de aarde."

— Meent graaf Eberstein werkelijk dat hij tegen den Keizer is opgewassen?" vroeg jonkvrouw Gonda.

— Hij heeft weinig meer te verliezen en waant veel te kunnen winnen."

— Hoe kan men zich gelukkig gevoelen als men zoovelen ongelukkig maakt," ontviel aan Roswitha.

Vader Hubertus knikte haar vriendelijk toe.

— Jonkvrouw Roswitha slaat den spijker op den kop. Wanneer die eenvoudige waarheid meer bedacht werd, zou er minder onheil zijn in de wereld."

— En minder kans om met zijn goed zwaard eer en roem te behalen," mompelde de jonge schildknaap.

— De ridder is om den twist en niet de twist om den ridder. Een ridder strijdt voor het recht," zeide Roswitha streng.

Wat een verontwaardiging over zijn simpele woorden!

De blik van haar blauwe oogen ging als een dolksteek door hem heen.

En nu wendde zij zich van hem af, als was hij verder aankijken niet waard.

Zij was dat nog meer dan straks bij haar opkomen als berggeest uit den donkeren achtergrond van de zaal, hoog en slank, den staf in de hand, in het blozend gelaat de blij-stralende oogen.

Sluiten