Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— In den nacht, die mijne nachtwake vóór den dag waarop ik tot ridder zou geslagen worden vooraf ging, had ik een merkwaardigen droom. Ik droomde dat ik nederknielde in de kathedraal, schild en zwaard en harnas en helm vóór mij, en die in vurig gebed opdroeg in de hoede van mijn heiligen schutspatroon: dat hij ze zou wijden en leiden ten zege van het Recht. Wanden en welve van de kathedraal gingen schuil in halfduister. Alleen de pijlers zag ik; vast en sterk rezen ze op, rezen in eindeloos statig gelijn en zoo hoog dat mijn oog ze niet meer volgen kon. Niemand dan ik in de gewijde ruimte. De stilte

daarin als een droom in mijn droom Toen ik plotseling

bemerkte dat ik niet meer alleen was. Mijn gevouwen handen weken uiteen en werden gegrepen. Twee gestalten in blinkend kleed leidden mij voort. Waarheen? „Naar uw Doel", antwoordden zij. „Ik ben de Waarheid zei de eene. „Ik ben de Klaarheid", de ander. „De weg naar uw Doel loopt recht. Gij zult niet verdolen als gij ons getrouw blijft." Ik ben hun in dezen ontrouw geweest. De Keizer had recht op mijn bekentenis. Waarheid en klaarheid zijn de eerste voorwaarden voor vrede. Voor geluk."

Roswitha vlijde zich inniger tegen haar vader aan.

— Ik ben blij dat u spreken zult Denk ook aan

Godelieve als u bij den Keizer zijt. Zij heeft niets misdaan, al is_haar vader schuldig."

Je hebt je moeder niet gekend. Toch heb-je zooveel van haar, Roswitha."

— Heb-ik, vader?"

En na een korte stilte:

U zult ons een bode zenden na aankomst in het kamp,

vader?"

— Onmiddellijk na aankomst. Maar niet te vroeg naar hem uitkijken en bezorgd zijn als hij wat lang uitblijft. Wellicht zal ook voor mij een omweg noodzakelijk blijken om gevaarlijke streken te vermijden. Ik wil zonder verlies van manschappen en paarden tot den Keizer."

Sluiten