Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet alleen de mannen moesten geoefend worden. Jonkvrouw Gonda liet de vrouwen en de jonge meisjes van Roswitha's leeftijd aanzeggen dat zij driemaal per week op den burcht zouden komen. In een der ruime benedenvertrekken kregen zij onder Janna's leiding les in pluksel maken, naaien en herstellen van kleeren. Roswitha nam haar evenouders voor haar rekening. Jonkvrouw Gonda kwam telkens een uur om haar te leeren hoe men verband aanleggen, bloed stelpen moest en dergelijke meer.

Heelkrachtige kruiden werden gezocht en tot zalf en balsem gemaakt. De vrouwelijke bevolking weerde zich als de mannelijka

Roswitha had Godelieve nog eenmaal bezocht ondanks haar afwijzing. Die kon niet gemeend zijn. Juist in zoo'n stemming moest zij dubbele behoefte aan troost en genegenheid hebben.

Zij was gegaan onder sterk geleide — de stilte om hen heen kwam jonkvrouw Gonda soms voor als de stilte vóór den storm — en met het besef dat dit bezoek voor langen tijd het laatste zou zijn.

Roswitha was blij te zijn gegaan. Haar gevoel had haar niet bedrogen. Dat hadden haar Godelieves blik en omhelzing gezegd.

— Vader heeft mij laten weten dat hij hersteld is van een zwaren val in 't gebergte, en veilig en wel is bij vertrouwde vrienden."

Meer wist Godelieve niet. Haar vader had haar verdere berichten gespaard.

Ridder Dagobert had nog niets van zich laten hoor en. — Duurt het toch niet wat héél lang, Wolf? "vroeg Roswitha op een namiddag dat zij op den Wachttoren had uitgekeken. „Je kent den weg. Je hebt dien menigmaal met vader gemaakt."

Sluiten